Welwillendheid en zachtmoedigheid

11 juni 2019

فَبِمَا رَحْمَةٍ مِّنَ اللَّـهِ لِنتَ لَهُمْ ۖ وَلَوْ كُنتَ فَظًّا غَلِيظَ الْقَلْبِ لَانفَضُّوا مِنْ حَوْلِكَ ۖ فَاعْفُ عَنْهُمْ وَاسْتَغْفِرْ لَهُمْ وَشَاوِرْهُمْ فِي الْأَمْرِ ۖ فَإِذَا عَزَمْتَ فَتَوَكَّلْ عَلَى اللَّـهِ ۚ إِنَّ اللَّـهَ يُحِبُّ الْمُتَوَكِّلِينَ

 

fa-bi-mā raḥmatin mina llāhi linta lahum wa-law kunta faẓẓan ġalīẓa l-qalbi la-nfaḍḍū min ḥawlika fa-ʿfu ʿanhum wa-staġfir lahum wa-šāwirhum fī l-ˈamri fa-ˈiḏā ʿazamta fa-tawakkal ʿalā llāhi ˈinna llāha yuḥibbu l-mutawakkilīna 

 

En het was dankzij de Barmhartigheid van Allah dat jij zacht met hen was en als je streng en hardvochtig was geweest, dan waren zij rondom jou uiteengegaan. Vergeef hen dus (hun fouten) en vraag vergeving voor hen on raadpleeg hen bij de zaak. En wanneer je dan besloten hebt vertrouw dan op Allah. Voorwaar, Allah houdt van degenen die (op Allah) vertrouwen.

 

ˈāl ʿimrān 3, 159

Het is door welwillendheid en zachtmoedigheid dat de profeten de goddelijke boodschap hebben overgebracht.

 

Faḍl ibn Ḥasan al-Tabarsī (1073 – 1153)

بين سبحانه أن مساهلة النبي إياهم ومجاوزته عنهم من رحمته تعالى حيث جعله لين العطف حسن الخلق

Allah, de Verhevene, maakt duidelijk dat de grootmoedigheid die de profeet aan zijn metgezellen toont en zijn barmhartigheid voortvloeit uit Zijn Barmhartigheid, Verheven zij Hij. Hij heeft de profeet dus toegerust met een grote welwillendheid en goed gedrag. … “Vergeef hen dan” verwijst naar de relatie tussen de profeet en zij, “en smeek om vergiffenis voor hen” heeft betrekking op wat er tussen zij en Allah is. (maǧmaʿ al-bayān, T. 2, p. 342)

 

Faḫr al-Dīn al-Rāzī (1149 – 1209)

إِنَّ الْمَقْصُودَ مِنَ الْبِعْثَةِ أَنْ يُبَلِّغَ الرَّسُولُ تَكَالِيفَ اللَّهِ إِلَى الْخَلْقِ، وَهَذَا الْمَقْصُودُ لَا يَتِمُّ إِلَّا إِذَا مَالَتْ قُلُوبُهُمْ إِلَيْهِ وَسَكَنَتْ نُفُوسُهُمْ لَدَيْهِ، وَهَذَا الْمَقْصُودُ لَا يَتِمُّ إِلَّا إِذَا كَانَ رَحِيمًا كَرِيمًا، يَتَجَاوَزُ عَنْ ذَنْبِهِمْ، وَيَعْفُو عَنْ إِسَاءَتِهِمْ

Het doel van een openbaring is dat de boodschapper de instructies van Allah aan zijn schepping overbrengt. Die missie kan alleen worden volbracht als de harten van het volk naar de boodschapper neigen en hij het vertrouwen van zijn volk wint. Daarvoor moet hij barmhartig en vriendelijk zijn, hun fouten vergeten en hun overtredingen vergeven. (mafātīḥ al-ġayb, T. 9, p. 407)

 

Ibn ʿArabī (1164 – 1240)

أي رحمة تامة كاملة وافرة هي صفة من حملة صفات الله تابعة لوجودك الموهوب الإلهي لا الوجود البشري

Het gaat om een perfecte, volledige en overvloedige genade. Het is een van de goddelijke kenmerken die verbonden zijn met je wezen, een goddelijk geschenk en niet een menselijke essentie. “Maar als je ruw was,” dus getekend door menselijke eigenschappen zoals wreedheid of hardheid, “zouden ze van je weggelopen zijn”.   (tafsīr Ibn ʿArabī, T. 1, P. 136)

Het is door welwillendheid en zachtmoedigheid dat de profeten de goddelijke boodschap hebben overgebracht.

 

Ismāʿīl Ḥaqqī al-Brūsawī (1653 – 1725)

ولو لم تكن كذلك بل كنت فظا جافيا في المعاشرة قولا وفعلا غليظ القلب […] لانفضوا من حولك

Als je daarentegen in de samenleving onbeschoft en grof had gesproken en gehandeld, … dan zouden ze “je gezelschap zijn ontvlucht”. Door zich van jou af te scheiden, zouden ze in de afgrond van de verdoemenis zijn gevallen. (rūḥ al-bayān fī tafsīr al-qurʾān, T. 2, p. 115)

 

Nāṣir Mukārim al-Šayrāzī (geboren in 1926)

وبهذا يشير سبحانه إلى ما كان يتحلى به الرسول الأعظم من لين ولطف تجاه المذنبين والجاهلين

Deze twee woorden (faẓẓ en ġalīẓ) betekenen brutaliteit, hoewel het eerste over het algemeen wordt gebruikt voor spraak en het tweede voor daad. Zo laat de Verhevene ons zien dat de grootste boodschapper zachtmoedig en barmhartig was jegens de zondaars en de onwetenden. (al-amṯāl fī tafsīr kitāb Allah al-munazzal, T. 2, p. 394)

 

Wahba al-Zuḥaylī (1932 – 2015)

فقد عاملهم بالرفق واللين والحلم، وخاطبهم باللطف وحسن المعاشرة، بل استشارهم في مستقبل الأحداث ومصالح الدنيا

In deze verzen wordt nog steeds gesproken over de strijd van Uḥud en de nasleep daarvan. Nadat Allah de moslims heeft vergeven voor wat er in de slag om Uḥud is gebeurd en hen heeft gewaarschuwd voor de invloed van de huichelaars, gaat Hij verder met het benadrukken van de vergeving van de uitverkorene (Muḥammad) die geleden heeft onder de wonden en het kwaad van die pijnlijke gebeurtenis. Hij was aardig voor hen, zachtmoedig en vergevingsgezind. Hij sprak hen aan met inschikkelijkheid en sympathie. Hij raadpleegde hen zelfs voor de komende gebeurtenissen en het dagelijks leven. (al-tafsīr al-munīr, T. 4, p. 139)

Als ik tegen een slecht mens zeg dat hij zal sterven, en jij zegt hem niet dat hij een andere weg moet inslaan, dan zal hij sterven door zijn eigen schuld, maar jou zal ik voor zijn dood ter verantwoording roepen.

 

Maar als je hem gewaarschuwd hebt dat hij een andere weg moet inslaan en hij doet dat niet, dan sterft hij door zijn eigen schuld, maar jij zult het er levend afbrengen.

Daarop kwam Petrus bij hem staan en vroeg:’Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?

Jezus antwoordde:’Niet tot zevenmaal toe, zeg ik je, maar tot zeventig maal zeven.

Vergeef hen dus (hun fouten)
באמרי לרשע רשע מות תמות ולא דברת להזהיר רשע מדרכו הוא רשע בעונו ימות ודמו מידך אבקש

ואתה כי הזהרת רשע מדרכו לשוב ממנה ולא שב מדרכו הוא בעונו ימות ואתה נפשך הצלת

Τότε προσελθὼν Πέτρος εἶπεν αὐτῷ· κύριε, ποσάκις ἁμαρτήσει εἰς ἐμὲ ἀδελφός μου καὶ ἀφήσω αὐτῷ; ἕωςἑπτάκις

λέγει αὐτῷ Ἰησοῦς· οὐ λέγω σοι ἕως ἑπτάκις ἀλλὰ ἕως ἑβδομηκοντάκις ἑπτά

فَاعْفُ عَنْهُمْ وَاسْتَغْفِرْ لَهُمْ

Ezechiël 33:8-9Matteüs 18:21-22Quran 6, 12