Wees nederig

وَلَا تَمْشِ فِي الْأَرْضِ مَرَحًا إِنَّكَ لَن تَخْرِقَ الْأَرْضَ وَلَن تَبْلُغَ الْجِبَالَ طُولًا

 

wa-lā tamši fī l-ˈarḍi maraḥan

 

En loop niet hoogmoedig op de aarde

 

al-ˈisrāˈ 17, 37

 

 

 

 

 

  • 20 februari 2020

Een goed karakter hebben. Dat is cruciaal in de islam. Daarom spreekt Allah in talrijke verzen over goede en slechte karaktereigenschappen. Een man vroeg ‘A’isha (ra), de echtgenote van de profeet Muhammad (vzmh): ‘’Bericht mij over het karakter van de boodschapper van Allah, vrede en zegeningen zij met hem.’’ Hierop zei ‘A’isha (ra): ‘’Lees jij de Koran niet?’’ ‘’Natuurlijk wel,’’ antwoordde de man. Waarop ‘A’isha zei: ‘’Het karakter van de profeet van Allah, vrede en zegeningen zij met hem, is de Koran.’’[1] Allah prijst ook het karakter van de profeet Muhammad (vzmh) in de Koran: {En voorwaar, jij bent van een hoogstaand karakter.} [68/4]

Het vers van week 6 is een mooi voorbeeld dat Allah de slechte karaktereigenschappen verbiedt. In het daaropvolgende vers laat Allah weten dat het Hem menens is. Er staat: {Van dat alles wordt het slechte bij jouw Heer verafschuwd} [17/37].

We vinden er ook het Arabische woord ‘مرحا’ dat Qatāda en andere geleerden begrijpen als hoogmoedig.[2] Al-Zamakhshari geeft aan dat dit een toestand is. Allah verbiedt om in een staat van hoogmoedigheid rond te lopen.[3] Al-Qurtubī[4] ziet een bredere betekenis. Hij vermeldt het verbod maar leest er tegelijkertijd ook het bevel in om nederig te zijn. Verder haalt hij de overlevering aan dat hoogmoedigheid enkel toegestaan is omwille van het geloof, net als jaloezie. Jaloezie is enkel geaccepteerd wanneer iemand jaloers wordt op andermans vroomheid, het gebed of welke andere zaak dan ook die te maken heeft met religie. Wanneer jaloezie gepaard gaat met een wereldse zaak is het een verboden toestand.

Fakhr al-Dīn al-Rāzī vermeldt al-Zujjāj die zei dat de omkering van dit vers zich bevindt in hoofdstuk al-Furqān vers 63: {En de dienaren van de Erbarmer zijn degenen die bescheiden op aarde rondgaan..}, maar ook in hoofdstuk Luqmān vers 19: {En wees gematigd in jouw (manier van) lopen en spreek met een zachte stem..}.[5]

Vervolgens geeft Fakhr al-Dīn al-Rāzī een uitstekende uitleg over het tweede gedeelte van dit vers; {… Voorwaar, jij zult de aarde niet kunnen splijten en niet de hoogte van een berg bereiken.}. Hij zegt: ‘’Het lopen komt tot stand door te stijgen en te dalen, alsof er wordt gezegd: ‘’Wanneer je afdaalt ben je niet in staat om de aarde te klieven en wanneer je klimt bereik je niet op de hoogste bergtoppen.’’ Het vers wil laten zien dat de mens zwak is en hoogmoedigheid daarom niet past. “Als de mens er zich van bewust was dat hij is voortgekomen uit een zaad en gelijk zijn wezenlijke zwakte zou beseffen, zou hij nooit hoogmoedig kunnen zijn”, geeft al-Qushayri aan.[6] Al-Kāshānī zegt dat men door hard te stampen de grond niet kan splijten en door zich hoog te verheffen niet de toppen van de bergen kan bereiken.[7]

[1] Abū al-Hasan Muslim, al-Musnad al-Sahīh al-Mukhtasar. Beiroet, Dār Ihyā’al- Turāth al-‘Arabī, d. 1, p. 513.

[2] Abū ‘Abd Allah al-Qurtubī, al-Jāmī’ li al-Ahkām al-Qur’ān. Caïro, Dār al-Kutub al-Misriyya, 1964, d. 10, p. 260.

[3] Mahmūd, al-Zamakhshari, al-Kashshāf ‘an Haqā’iq Ghawāmid al-Qur’ān. Beiroet, Dār al-Kitāb al-‘Arabī, 1986, d. 5, p. 76.

[4] Abū ‘Abd Allah al-Qurtubī, al-Jāmī’ li al-Ahkām al-Qur’ān. Caïro, Dār al-Kutub al-Misriyya, 1964, d. 10, p. 260.

[5] Fakhr al-Dīn, al-Rāzī, Mafatih al-Ghayb. Beiroet, Dar-Ihya Turath al-Arabi, 1998, d. 20 p. 342.

[6] ‘Abd al-Latīf, Al-Qushayrī. Latāif al-Ishārāt. Caïro, 2000, d. 2, p. 348.

[7] { إِنَّكَ لَن تَخْرِقَ الأَرْضَ } لن تجعل فيها خرقاً لشدة وطأتك القميّ أي لن تبلغها كلّها { وَلَن تَبْلُغَ الْجِبَالَ طُولاً } بتطاولك.

Ismāʿīl Ḥaqqī al-Brūsawī (1653 – 1725)

التكبر حماقة مجردة ولن ينال الإنسان بكبره وتعظمه شيا

Dit vers spot met de hoogmoed en verklaart de redenen waarom ijdeltuiterij is verboden. Zelfgenoegzaamheid is ronduit idioot. Niemand haalt er voordeel bij wanneer hij zichzelf te hoog inschat. Een Hadith zegt: « Iemand die prat gaat op zichzelf en pronkt en paradeert, zal Allah tegenomen, boos op hem! ». Bovendien is het geweten, volgens een Hadith van Abū Hurayra, dat de profeet er een snelle pas inzette, alsof hij van een helling ging.[1]. (rūḥ al-bayān fī tafsīr al-qurʾān, B.5, p. 159)

 

Wahba al-Zuḥaylī (1932 – 2015)

المعنى: ولا تمش في الأرض متبخترا متمايلا مشي الجبارين، فذلك المشي يدل على الكبرياء والعظمة

Het handelt over het verbod om trots en ijdel rond te lopen. De betekenis van het vers is dus: « Wandel niet rond op de aarde zoals de tirannen met hun zelfingenomen tred. Je zal de grond niet kunnen breken, en in weerwil van je eigendunk bereik je nooit de top van de berg. » Bovendien heeft Abū Hurayra een Hadith overgeleverd die zegt dat Allah de ootmoedige verheft. Hij zal dus klein zijn voor zichzelf maar groot voor Allah. Het parallelvers hiervan bevindt zich in de soera « het reddend onderscheidingsmiddel » (al-Furqān):

(وَعِبَادُ الرَّحْمَـٰنِ الَّذِينَ يَمْشُونَ عَلَى الْأَرْضِ هَوْنًا وَإِذَا خَاطَبَهُمُ الْجَاهِلُونَ قَالُوا سَلَامًا)

« en de dienaren van de Erbarmer zijn zij die bescheiden op de aarde rondwandelen en wanneer de onwetenden hen toespreken zeggen: «Vrede». [2](al-tafsīr al-munīr, B. 8 Page 81)

 

Nāṣir Mukārim al-Šayrāzī (geboren in 1926)

الآية تدعو إلى محاربة الكبر والغرور، وبتعبير واضح ولطيف تنهي المؤمنين عن هاتين الصفتين

Dit vers roept op om de ijdele zelfgenoegzaamheid te bestrijden. Hoewel de woorden tot de profeet gericht zijn, belangen ze elke gelovige aan. De tred van die opgeblazen verwaande als hij stapt – we kunnen het ons zo voorstellen. Hij zet er kordaat de pas in. Stap na stap draaien de mensen het hoofd naar hem om, en heffen vervolgens het hoofd naar de hemel waarmee ze beamen hoe hoog hij wel is. Voor zo’n ongenaakbare is het reciet van dit vers bedoeld. Hij is als een mier die met zijn pootjes tegen een huizenhoog rotsblok trapt, dat uiteraard in de lach schiet om zo’n zottigheid. Te noteren: als de Koran ons een extreem voorbeeld van ijdelheid geeft, verwerpt hij die fout op alle gebied. Imam[3] ʿAlī beschrijft de vromen door te zeggen dat ze nederig lopen. De « loop » is hier een allegorie die naar alle levensaspecten verwijst. Er zijn voorbeelden bij de vleet over de nederigheid van de profeet. Hij weigerde bijvoorbeeld om zich te verplaatsen op de rug van een rijdier naast iemand die er geen had, zodat hij zich niet superieur zou voelen aan hem (al-amṯal fī tafsīr kitāb Allāh al-munazzal, B. 7, p. 264).

[1] In tegenstelling tot de hovaardige die langzaam stapt om zich te laten opmerken.

[2] De onderscheiding (al-Furqān), Soera 25 Vers 63.

[3] Zie glossarium.

 

Een spotter is verwaand en onbeschoft, hij is grenzeloos hooghartig. maar de genade die hij schenkt is nog groter.’ Daarom staat er:’God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt hij zijn genade.’ En loop niet hoogmoedig op de aarde
זד יהיר לץ שמו עושה בעברת זדון μείζονα δὲ δίδωσιν χάριν· διὸ λέγει Ὁ Θεὸς ὑπερηφάνοις ἀντιτάσσεται, ταπεινοῖς δὲ δίδωσιν χάριν. وَلَا تَمْشِ فِي الْأَرْضِ مَرَحًا
zêḏ yā-hîr lêṣ šə-mōw ‘ō-w-śeh bə-‘eḇ-raṯ zā-ḏō-wn. Pothen polemoi kai pothen marchai en hymin ouk enteuthen ek tōn hēdonōn hymōn tōn strateuomenōn en tois melesin hymōn wa-lā tamši fī l-ˈarḍi maraḥan
Spreuken 21:24 Jakobus 4:6 Quran 17:37