Vrijheid om te geloven

20 februari 2020

وَلَوْ شَاءَ رَبُّكَ لَآمَنَ مَن فِي الْأَرْضِ كُلُّهُمْ جَمِيعًا أَفَأَنتَ تُكْرِهُ النَّاسَ حَتَّى يَكُونُوا مُؤْمِنِينَ

 

ˈa-fa-ˈanta tukrihu n-nāsa ḥattā yakūnū muˈminīna

 

En als jouw Heer het had gewild, dan zouden degenen die op aarde zijn, zeker allen tezamen hebben geloofd. Wil jij (O Mohammad) dan de mensen dwingen opdat zij gelovigen worden?

 

yūnus 10, 99

Een vrij duidelijk vers dat ons laat zien dat niemand gedwongen kan worden om te geloven. Zelfs de profeet kan niemand dwingen om te geloven. Ibn ‘Abbās vertelde dat de profeet Mohammed (vzmh) erg zijn best deed om de gehele mensheid tot de islam te bekeren. Dat was echter niet mogelijk, want heel wat mensen wilden niet geloven. Door dit vers wilde Allah hem hieraan herinneren.[1] De Koran was namelijk een leidraad voor de profeet Mohammad (vzmh) en wanneer hij het moeilijk had, motiveerde Allah de profeet (vzmh) middels de Koran. Zo luidt een van de eerste verzen: ‘’O jij ommantelde! Sta op en waarschuw. Jouw Heer, verheerlijk Hem. Jouw kleren, reinig ze. En op jouw Heer, wacht geduldig.’’[2] Deze verzen zijn geopenbaard nadat de profeet was geschrokken van de eerste openbaring.[3] Allah zegt ook: ‘’Zij die ongelovig zijn, voor hen maakt het niet uit of je hen waarschuwt of niet; zij geloven niet.’’[4] ‘’ Zeg: “Gehoorzaamt God en gehoorzaamt de gezant, maar als jullie je afkeren, dan is hij alleen maar verplicht tot dat waarmee hij belast is. En jullie zijn verplicht tot dat waarmee jullie belast zijn. En als jullie hem gehoorzamen dan laten jullie je de goede richting wijzen. De gezant heeft alleen maar de plicht van de duidelijke verkondiging.’’[5] Deze verzen zijn allemaal als een soort motivering voor de profeet Mohammed (vzmh). De niet-moslims zochten gespreksthema’s om kritiek te uiten op de islam. Daarom vroegen ze waarom de Koran in delen werd geopenbaard en niet in één keer. Allah zegt hierover: ‘’En zij die ongelovig zijn zeggen: ‘Had de Koran niet als één geheel tot hem neergezonden kunnen worden?’ Dit is, opdat Wij jouw hart versterken en Wij hebben hem achtereenvolgens voorgedragen.’’[6]De Koran is dus een versterking voor het hart van de profeet Mohammed (vzmh). Doordat die interventie tussenpozend werd gedaan, kon het hart van de profeet Mohammad (vzmh) voortdurend versterkt worden. Zo kon de aartsengel Jibrīl bij de profeet komen wanneer dat nodig was.[7] Het vers handelt ook over dat aspect. De profeet Mohammed (vzmh) hoefde zich niet druk te maken om het feit dat meerdere mensen niet geloofden. Daarnaast levert Al-Qurtubī over dat dit vers mogelijk over Abū Ṭālib gaat, de persoon waar de profeet zielsveel van hield.[8] Zelfs de talrijke smeekbedes van de profeet Mohammed (vzmh) hadden er niet voor kunnen zorgen dat Abū Ṭālib zich bekeerde tot de islam. We zien dus dat het zich bekeren tot de islam louter het werk is van Allah en geen enkele mens daarbij iets kan realiseren voor een ander. Geloof verwezenlijken bij een persoon gebeurt enkel als Allah dat schept, zoals Fakhr al-Dīn al-Rāzī benadrukt.[9] Je bent niet in staat en ook niet gemachtigd om iemand te dwingen tot de religie, want in de geloofsleer is bewust geloven in de islam net een voorwaarde om moslim te kunnen zijn.[10]Wanneer iemand zich onder dwang bekeert, is hij van tevoren al geen ware moslim, want hij gelooft niet uit zijn hart. Vandaar is het dan ook onmogelijk om iemand te dwingen tot religie.

[1] Abū ‘Abd Allah al-Qurtubī, al-Jāmī’ li al-Ahkām al-Qur’ān. Caïro, Dār al-Kutub al-Misriyya, 1964, d. 8, p. 385.

[2] Koran, hoofdstuk 74, vers 1-7.

[3] Isma’īl, Ibn Kathīr, Tafsīr al-Qur’ān al-‘Adhīm. Riyad, Dār Ṭayyiba li al-Nashr wa al-Tawzī’, 1999, d. 8, p. 261.

[4] Koran, hoofdstuk 2, vers 6.

[5] Koran, hoofdstuk 24, vers 54.

[6] Koran, hoofdstuk 25, vers 32.

[7] ‘Abd al-Latif Al-Qushayrī, Latāif al-Ishārāt, Caïro, al-Hay’at al-Miṣriyyat al-‘Āmma li al-Kitāb, 2000, d. 2, p. 116.

[8] Abū ‘Abd Allah al-Qurtubī, al-Jāmī’ li al-Ahkām al-Qur’ān. Caïro, Dār al-Kutub al-Misriyya, 1964, d. 8, p. 385.

[9] Fakhr al-Dīn, al-Rāzī, Mafātīh al-Ghayb. Beiroet, Dar-Ihya Turath al-Arabi, 1998, d. 17, p. 304.

[10] Abū Bakr, al-Bayhaqī, al-I’tiqād. Beiroet, Dār al-Taqwā, 2018, p. 76.

Ismāʿīl Ḥaqqī al-Brūsawī (1653 – 1725)

أربك لا يشاء ذلك فأنت تُكْرِهُ النَّاسَ على ما لم يشأ الله منهم حَتَّى يَكُونُوا مُؤْمِنِينَ؟ ليس ذلك إليك

Als Allah het had gewild was zonder uitzondering de hele schepping verzameld rond één en hetzelfde geloof. Maar hij heeft dat niet gewild omdat zoiets in tegenspraak is met Zijn wijsheid. Het is dus uit Zijn wijsheid dat de schepping en de wet is ontworpen. Hij heeft gewild dat de mensen de keuze hebben tussen geloof en ongeloof, zodat eenieder het gewicht van zijn keuzes kan dragen. In dit vers richt Allah zich tot zijn profeet. Hij toont hem dat zijn Heer niet gewild heeft om Zijn schepping in te perken, en het aldus niemand toekomt om hetzelfde te doen. (B. 4, p. 84)

 

Wahba al-Zuḥaylī (1932 – 2015)

الإيمان لا يتم بالإكراه والإلجاء والقسر، وإنما يتم بالطواعية والاختيار

Andere verzen gaan in dezelfde richting. Bijvoorbeeld :

(وَلَوْ شَاءَ رَبُّكَ لَجَعَلَ النَّاسَ أُمَّةً وَاحِدَةً ۖ وَلَا يَزَالُونَ مُخْتَلِفِينَ)

 « Als jouw Heer het had gewild, had Hij de mensen tot één gemeenschap gemaakt, maar zij blijven het oneens. »[1]

(أَفَلَمْ يَيْأَسِ الَّذِينَ آمَنُوا أَن لَّوْ يَشَاءُ اللَّـهُ لَهَدَى النَّاسَ جَمِيعًا)

 « Is het voor hen die geloven niet duidelijk dat God, als Hij gewild had, de mensen allen te zamen op het goede pad gebracht had. »[2]

Allah ondervraagt Zijn profeet : « Ga je de mensen dwingen om te geloven terwijl jou dat niet aangaat? ». Het geloof kan maar volkomen zijn door de blijvende keuze en niet door de dwang. De rol van een profeet beperkt zich tot de overdracht van de goddelijke boodschap zoals dit vers zegt:

(فَمَا أَرْسَلْنَاكَ عَلَيْهِمْ حَفِيظًا ۖ إِنْ عَلَيْكَ إِلَّا الْبَلَاغُ)

 « Wij hebben jou niet als bewaker tot hen gezonden. Jij hebt slechts de plicht van de verkondiging. »[3]

[1] Houd (Hūd), Soera 11 Vers 118.

[2] De donder (al-Raʿd), Soera 13 Vers 31.

[3] Het beraad (al-Šūrā), Soera 42 Vers 48.

 

Nāṣir Mukārim al-Šayrāzī (geboren in 1926)

الإيمان الإجباري لا قيمة له، والدين والإيمان شيء ينبغ عادة من أعماق الروح، لا من الخارج وبواسطة السيف

Opgedrongen geloof brengt ronduit niets goeds. Allah wil zo zijn profeet geruststellen door hem te zeggen dat zijn hart niet triestig moet worden omdat sommigen het geloof afwijzen. De vrijheid om te kiezen en te geloven heeft als natuurlijk gevolg dat sommigen geloven en anderen niet. Dit vers beantwoordt de beschuldigingen die door de vijanden van de islam worden afgevuurd. Ze zeggen: « de islam is de religie van het zwaard, en pleit enkel voor geweld en dwang tegen andere volkeren van de wereld. » Maar dit is de repliek van de Koran. Hij zegt dat het geloof dat uit dwang is geboren geen enkele waarde heeft. De religie en het geloof zijn natuurlijke zaken die komen uit de diepten van de ziel en niet van buitenaf door middel van het zwaard. (B. 5, p. 467)

Ik roep vandaag hemel en aarde als getuigen op: u staat voor de keuze tussen leven en dood, tussen zegen en vloek. Kies voor het leven, voor uw eigen toekomst en die van uw nakomelingen.Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt wie naar haar toe zijn gestuurd! Hoe vaak heb ik je kinderen niet bijeen willen brengen zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels hoedt, maar jullie hebben het niet gewild.Wil jij (O Moehammad) dan de mensen dwingen opdat zij gelovigen worden?
העידתי בכם היום את השמים ואת הארץ החיים והמות נתתי לפניך הברכה והקללה ובחרת בחיים למען תחיה אתה וזרעךἸερουσαλὴμ Ἰερουσαλήμ, ἡ ἀποκτείνουσα τοὺς προφήτας καὶ λιθοβολοῦσα τοὺς ἀπεσταλμένους πρὸς αὐτὴν, ποσάκις ἠθέλησα ἐπισυναγαγεῖν τὰ τέκνα σου, ὃν τρόπον ὄρνις ἐπισυνάγει τὰ νοσσία αὐτῆς ὑπὸ τὰς πτέρυγας, καὶ οὐκ ἠθελήσατε.وَلَوْ شَاءَ رَبُّكَ لَآمَنَ مَن فِي الْأَرْضِ كُلُّهُمْ جَمِيعًا ۚأَفَأَنتَ تُكْرِهُ النَّاسَ حَتَّىٰ يَكُونُوا مُؤْمِنِينَ
ha-‘î-ḏō-ṯî ḇā-ḵem hay-yō-wm ’eṯ haš-šā-ma-yim wə-’eṯ hā-’ā-reṣha-ḥay-yîm wə-ham-mā-weṯ nā-ṯat-tî lə-p̄ā-ne-ḵā hab-bə-rā-ḵāh wə-haq-qə-lā-lāh ū-ḇā-ḥar-tā ba-ḥay-yîm lə-ma-‘an tiḥ-yeh ’at-tāh wə-zar-‘e-ḵā.Ierousalēm Ierousalēm hē apokteinousa tous prophētas kai lithobolousa tous apestalmenous pros autēn posakis ēthelēsa episynagagein ta tekna sou hon tropon ornis episynagei ta nossia autēs hypo tas pterygas kai ouk ēthelēsatewa-law šāˈa rabbuka la-ˈāmana man fī l-ˈarḍi kulluhum ǧamīʿan ˈa-fa-ˈanta tukrihu

n-nāsa ḥattā yakūnū muˈminīna

Dt 30:19Mattheüs 23:37Quran 10:99