Volg de middenweg

وَكَذَلِكَ جَعَلْنَاكُمْ أُمَّةً وَسَطًا لِّتَكُونُوا شُهَدَاءَ عَلَى النَّاسِ وَيَكُونَ الرَّسُولُ عَلَيْكُمْ شَهِيدًا وَمَا جَعَلْنَا الْقِبْلَةَ الَّتِي كُنتَ عَلَيْهَا إِلَّا لِنَعْلَمَ مَن يَتَّبِعُ الرَّسُولَ مِمَّن يَنقَلِبُ عَلَى عَقِبَيْهِ وَإِن كَانَتْ لَكَبِيرَةً إِلَّا عَلَى الَّذِينَ هَدَى اللَّـهُ وَمَا كَانَ اللَّـهُ لِيُضِيعَ إِيمَانَكُمْ إِن اللَّـهَ بِالنَّاسِ لَرَءُوفٌ رَّحِيمٌ

 

ǧaʿalnākum ˈummatan wasaṭan

 

Zo maakten Wij jullie tot een gematigd volk, opdat jullie getuigen zullen zijn voor de mensen en opdat de Boodschapper (Moehammed) een getuige zal zijn voor jullie. En Wij hebben de Qiblah die jullie gewend waren slechts aangewezen om degenen die de Boodschapper volgen onder degenen die zich op hun hielen omdraaien te beproeven. En zeker, dit (de verandering van de Qiblah) was zwaar, behalve voor degenen die Allah leiding gaf. En Allah is neit zo dat Hij jullie geloof (shalât) verloren zou doen gaan. Voorwaar, Allah is zeker genading, meest harmhartig voor de mensen.

 

al baqara 2, 143

  • 20 februari 2020

De islam is de religie van gematigdheid, en schaart zich dus tegen extremisme, radicalisme en alle andere vormen van overdrijvingen. Ibn Jarīr al-Ṭabarī schrijft over dit vers dat het hier handelt over gematigdheid in daden. Zo zijn de moslims niet tekortgeschoten in hun religie door hun daden omdat ze bijvoorbeeld boodschappers vermoordden. Ze hebben ook niet overdreven door de profeten tot goden te verklaren.[1]

Over het eerste gedeelte van het eerste vers {zo maakten Wij jullie tot een gematigd volk} schrijft Al-Suyūṭī: ‘’Sa’īd b. Manṣūr, Ahmed, al-Tirmidhī, al-Nasā’ī, ibn Jarīr (en verklaarde het authentiek), ibn Abī Ḥātim, ibn Ḥibbān, al-Ismā’īlī in zijn Ṣaḥīḥ en al-Ḥākim (en verklaarde het authentiek) leveren over van Abū Sa’īd (al-Khudrī) dat de profeet Mohammed {zo maakten Wij jullie tot een gematigd volk} uitlegde als: rechtvaardig (volk).[2]

Vermeldenswaard is dat het vers over de middenweg tevens het middelste vers is in het hoofdstuk (namelijk al-Baqara, het tweede hoofdstuk in de Koran).

Over het tweede gedeelte van het eerste vers {Opdat jullie getuigen zullen zijn voor de mensen en opdat de Boodschapper (Mohammed) een getuige zal zijn voor jullie}, vermeldt Isma’īl Ibn Kathīr deze anekdote. De profeet Mohammed (vzmh) zei: “Een profeet zal komen, vergezeld door twee mannen, een profeet zal komen vergezeld door drie mannen en (sommigen zullen komen) met meer of minder dan dat.  Er zal tegen hem gezegd worden: ‘Heb jij de boodschap overgebracht aan jouw gemeenschap?’ En hij zal zeggen: ‘Ja.’ Dan zal zijn gemeenschap worden opgeroepen en er zal gezegd worden: ‘Heeft hij de boodschap aan jullie overgebracht?’ Zij zullen zeggen: ‘Nee.’ Dan zal er gezegd worden: ‘Wie zal voor u getuigen?’ Hij zal zeggen: ‘Mohammed en zijn volk.’ En dus zal het volk van Mohammed opgeroepen worden en er zal gezegd worden: ‘Heeft deze man de boodschap overgebracht?’ Zij zullen zeggen: ‘Ja.’ Hij zal zeggen: ‘Hoe wist je dat?’ Zij zullen zeggen: ‘Onze Profeet vertelde ons dat de Boodschappers de boodschap hadden overgebracht en wij geloofden hem. En dit is wat Allah zegt: ‘’{Zo maakten Wij jullie tot een gematigd volk, opdat jullie getuigen zullen zijn voor de mensen en opdat de Boodschapper (Mohammed) een getuige zal zijn voor jullie.}’’[3]

Al-Qurṭubī vertelt dat een bepaalde groep zegt dat de betekenis van dit vers ligt in het getuigenis van mensen over elkaar na de dood. Zo lezen we in een overlevering van Ṣaḥīḥ Muslim dat er een uitvaartstoet (janaza) passeerde en de overledene geprezen werd door de mensen. Hierop zei de Boodschapper van Allah: “Het is verplicht geworden, het is verplicht geworden, het is verplicht geworden.” En er passeerde een janazah met iemand die veroordeeld was. Hierop zei de Boodschapper van Allah: “Het is verplicht geworden, het is verplicht geworden, het is verplicht geworden”’ ‘Umar zei: “Moge mijn vader en moeder losgeld voor jou zijn!” Er passeerde een janaza die werd geprezen, en je zei: “Het is verplicht geworden, het is verplicht geworden, het is verplicht geworden.” En er passeerde een janaza die werd veroordeeld, en je zei: “Het is verplicht geworden, het is verplicht geworden, het is verplicht geworden.” Hierop zei de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem): “Hij die je hebt geprezen, het Paradijs is verplicht voor hem geworden; en hij die je hebt veroordeeld, het Hellevuur is verplicht voor hem geworden. Jullie zijn de getuigen van Allah op de wereld, jullie zijn de getuigen van Allah op de wereld, jullie zijn de getuigen van Allah op de wereld.’’[4]

[1] Abū al-Faraj ibn al-Jawzī, Zād al-Masīr fī ‘ilm al-Tafsīr. Beiroet, Dār al-Kitāb al-‘Arabī, 1422 h., d. 1 b. 119.

وأصل ذلك أن خير الأشياء أوساطها، والغلو والتقصير مذمومان. وذكر ابن جرير الطبري أنه من التوسط في الفعل، فان المسلمين لم يقصروا في دينهم كاليهود، فإنهم قتلوا الأنبياء، وبدلوا كتاب الله، ولم يغلوا كالنصارى، فانهم زعموا أن عيسى ابن الله. وقال أبو سليمان الدمشقي: في هذا الكلام محذوف، ومعناه: جعلت قبلتكم وسطاً بين القبلتين، فان اليهود يصلّون نحو المغرب، والنصارى نحو المشرق، وأنتم بينهما.

[2] Jalāl al-Dīn, al-Suyūtī, al-Dur al-Manthur fī Tafsīr al-Ma’thūr. Beiroet, Dar al-Fikr, 2011, d. 1 p. 348.

قَوْله تَعَالَى: وَكَذَلِكَ جَعَلْنَاكُمْ أمة وسطا لِتَكُونُوا شُهَدَاء على النَّاس وَيكون الرَّسُول عَلَيْكُم شَهِيدا وَمَا جعلنَا الْقبْلَة الَّتِي كنت عَلَيْهَا إِلَّا لنعلم من يتبع الرَّسُول مِمَّن يَنْقَلِب على عَقِبَيْهِ وَإِن كَانَت لكبيرة إِلَّا على الَّذين هدى الله وَمَا كَانَ الله لِيُضيع إيمَانكُمْ إِن الله بِالنَّاسِ لرؤوف رَحِيم

أخرج سعيد بن مَنْصُور وَأحمد وَالتِّرْمِذِيّ وَالنَّسَائِيّ وَصَححهُ وَابْن جرير وَابْن أبي حَاتِم وَابْن حبَان والإِسماعيلي فِي صَحِيحه وَالْحَاكِم وَصَححهُ عَن أبي سعيد عَن النَّبِي صلى الله عَلَيْهِ وَسلم فِي قَوْله {وَكَذَلِكَ جَعَلْنَاكُمْ أمة وسطا} قَالَ: عدلا

[3] Isma’īl Ibn Kathīr, Tafsīr al-Qur’ān al-‘Adhīm. Riyad, Dār Ṭayyiba li al-Nashr wa al-Tawzī’, 1999, d. 1, p. 455.

وَقَالَ الْإِمَامُ أَحْمَدُ أَيْضًا: حَدَّثَنَا أَبُو مُعَاوِيَةَ، حَدَّثَنَا الْأَعْمَشُ، عَنْ أَبِي صَالِحٍ، عَنْ أَبِي سَعِيدٍ الْخُدْرِيِّ قَالَ: قَالَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: “يَجِيءُ النَّبِيُّ يَوْمَ الْقِيَامَةِ [وَمَعَهُ الرَّجُلُ وَالنَّبِيُّ] (6) وَمَعَهُ الرَّجُلَانِ وَأَكْثَرُ مِنْ ذَلِكَ فَيُدْعَى قَوْمُهُ، فَيُقَالُ [لَهُمْ] (7) هَلْ بَلَّغَكُمْ هَذَا؟ فَيَقُولُونَ: لَا. فَيُقَالُ لَهُ: هَلْ بَلَّغْتَ قَوْمَكَ؟ فَيَقُولُ: نَعَمْ. فَيُقَالُ [لَهُ] (8) مَنْ يَشْهَدُ لَكَ؟ فَيَقُولُ: مُحَمَّدٌ وَأُمَّتُهُ فَيُدْعَى بِمُحَمَّدٍ وَأُمَّتِهِ، فَيُقَالُ لَهُمْ: هَلْ بَلَّغَ هَذَا قَوْمَهُ؟ فَيَقُولُونَ: نَعَمْ. فَيُقَالُ: وَمَا عِلْمُكُمْ؟ فَيَقُولُونَ: جَاءَنَا نَبِيُّنَا صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ فَأَخْبَرَنَا أَنَّ الرُّسُلَ قَدْ بَلَّغُوا” فَذَلِكَ قَوْلُهُ عَزَّ وَجَلَّ: {وَكَذَلِكَ جَعَلْنَاكُمْ أُمَّةً وَسَطًا}

De woorden in deze overlevering zijn afkomstig van Sunan Ibn Mājah, 4284.

[4] Abū ‘Abd Allah al-Qurtubī, al-Jāmī’ li al-Ahkām al-Qur’ān. Caïro, Dār al-Kutub al-Misriyya, 1964, d. 1, p. 455.

وَقَالَتْ طَائِفَةٌ: مَعْنَى الْآيَةِ يَشْهَدُ بَعْضُكُمْ عَلَى بَعْضٍ بَعْدَ الْمَوْتِ، كَمَا ثَبَتَ فِي صَحِيحِ مُسْلِمٍ عَنْ أَنَسٍ عَنِ النَّبِيِّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ أَنَّهُ قَالَ حِينَ مَرَّتْ بِهِ جِنَازَةٌ فَأُثْنِيَ عَلَيْهَا خَيْرٌ فَقَالَ: (وَجَبَتْ وَجَبَتْ وَجَبَتْ). ثُمَّ مُرَّ عَلَيْهِ بِأُخْرَى فَأُثْنِيَ عَلَيْهَا شَرٌّ فَقَالَ: (وَجَبَتْ وَجَبَتْ وَجَبَتْ). فَقَالَ عُمَرٌ: فِدًى لَكَ أَبِي وَأُمِّي، مُرَّ بِجِنَازَةٍ فَأُثْنِيَ عَلَيْهَا خَيْرٌ فَقُلْتَ: (وَجَبَتْ وَجَبَتْ وَجَبَتْ) وَمُرَّ بِجِنَازَةٍ فَأُثْنِيَ عَلَيْهَا شَرٌّ فَقُلْتَ: (وَجَبَتْ وَجَبَتْ وَجَبَتْ)؟ فَقَالَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: (مَنْ أَثْنَيْتُمْ عَلَيْهِ خَيْرًا وَجَبَتْ لَهُ الْجَنَّةُ وَمَنْ أَثْنَيْتُمْ عَلَيْهِ شَرًّا وَجَبَتْ لَهُ النَّارُ أَنْتُمْ شُهَدَاءُ اللَّهِ فِي الْأَرْضِ أَنْتُمْ شُهَدَاءُ اللَّهِ فِي الْأَرْضِ أَنْتُمْ شُهَدَاءُ اللَّهِ فِي الْأَرْضِ (. أَخْرَجَهُ الْبُخَارِيُّ بِمَعْنَاهُ. وَفِي بَعْضِ طُرُقِهِ فِي غَيْرِ الصَّحِيحَيْنِ وَتَلَا:” لِتَكُونُوا شُهَداءَ عَلَى النَّاسِ وَيَكُونَ الرَّسُولُ عَلَيْكُمْ شَهِيداً”

Ismāʿīl Ḥaqqī al-Brūsawī (1653 – 1725)

أُمَّةً وَسَطاً أي خيارا لان الاوساط محمية محوطة والأطراف يتسارع إليها الخلل

Een gemeenschap die het midden houdt (wasaṭ), is de beste maatschappij van de mensheid. Het midden is omringd en beschermd. De extremiteiten staan bloot aan weer en wind, aan fouten en gebreken. Om die reden zal de profeet op de opstandingsdag getuigen ten gunste van zijn gemeenschap, met als doel ze te zuiveren en bij te stellen. (B. 1, p. 248)

[1] De moslims baden in de richting van Jeruzalem. Na dit vers draaiden ze zich naar het heilige Huis in Mekka, de Kaʿba.

 

Nāṣir Mukārim al-Šayrāzī (geboren in 1926)

الأمة المسلمة بعملها وبتطبيقها المنهج الإسلامي تشهد أنّ الإنسان بمقدوره أن بكون رجل دين ورجل دنيا

De Koran bevestigt dat de islamitische weg, in al zijn aspecten, gebaseerd is op het juiste midden en de billijkheid. In die zin is de islamitische gemeenschap een na te volgen model voor de andere gemeenschappen. Een dergelijke opvatting beschouwt de Mens als een wezen dat zowel religieus en seculier is. Deze gemeenschap gelooft dus niet in een tegenstelling tussen wetenschap en religie. Integendeel, elk van beide disciplines staat in dienst van de andere. (B. 1, p. 276)

 

Wahba al-Zuḥaylī (1932 – 2015)

فهم خيار الأمم والوسط في الأمور كلها بلا إفراط ولا تفريط في شأن الدين والدنيا

« Zoals we jullie hebben geleid naar de rechte weg en voor jullie de gebedsrichting hebben veranderd[1], hebben wij van de moslims de beste en meest juiste mensen ter wereld gemaakt. Godsdienstige en alledaagse kwesties pakken ze met mate aan, zonder misbruik of exces. Hun religieuze praxis is niet onevenwichtig noch onvolkomen. Ze houden rekening met de twee fundamenten vanons menszijn: lichaam en geest. Om die reden zullen de moslims getuigen voor de mensheid op de dag van de opstanding. Ze zullen namelijk bevestigen dat hun boodschapper wel degelijk Allahs boodschap is komen brengen [en hebben toegepast] (B. 1, p.  369).

 

 

Een Dwaas geeft uiting aan al zijn gevoelens, een wijze houdt ze in toom. Uw bescheidenheid (of gematigdheid) zij allen mensen bekend. De Heere is nabij. Zo maakten Wij jullie tot een gematigd volk,
כל רוחו יוציא כסיל וחכם באחור ישבחנה τὸ ἐπιεικὲς ὑμῶν γνωσθήτω πᾶσιν ἀνθρώποις. ὁ Κύριος ἐγγύς· جَعَلْنَاكُمْ أُمَّةً وَسَطًا
kāl-rū-ḥōw yō-w-ṣî ḵə-sîl; wə-ḥā-ḵām, bə-’ā-ḥō-wry ə-šab-bə-ḥen-nāh. To epieikes hymōn gnōsthētō pasin anthrōpois ho Kyrios engys ǧaʿalnākum ˈummatan wasaṭan
Spreuken 29:11 Filippenzen 4:5 Quran 2:143