Verzoen de mensen

20 februari 2020

وَلَا تَجْعَلُوا اللَّـهَ عُرْضَةً لِّأَيْمَانِكُمْ أَن تَبَرُّوا وَتَتَّقُوا وَتُصْلِحُوا بَيْنَ النَّاسِ وَاللَّـهُ سَمِيعٌ عَلِيمٌ

 

wa-tuṣliḥū bayna n-nāsi

 

Maakt God niet tot een beletsel bij jullie eden om vroomheid te betrachten, godvrezend te zijn en vrede te stichten tussen de mensen. God is horend en wetend.

 

al baqara 2, 224

 

 

Dit vers kan op verschillende manieren worden uitgelegd zoals al-Qurtubī aangeeft[1]:

  1. Nadat Allah (swt) de mensen heeft bevolen om aalmoezen te geven, goed te zijn voor weeskinderen, goed om te gaan met vrouwen en mensen goed te behandelen, verbiedt Hij dat de mens dat achterwege zou laten indien iemand zegt dat hij gezworen had om het niet te doen. Een soortgelijke uitleg vinden we bij ibn ‘Abbās, al-Nakha’ī, Mujāhid, Rabī’ en andere.
  2. Sa’īd ibn Jubayr zegt: ‘’Het mikpunt is de man die zweert dat hij geen liefdadigheid zal doen, geen familiebanden zal onderhouden en niet zal verzoenen tussen mensen. Wanneer er tegen hem wordt gezegd: ’Doe liefdadigheid!’, antwoordt hij: ‘Ik heb gezworen.’”
  3. Sommige Tafsīr-geleerden hebben gezegd: ‘’Dit betekent: zweer niet valselijk bij Allah als jullie liefdadigheid willen doen, godsvrees (taqwā) willen hebben en willen verzoenen (islāh).
  4. Er werd ook gezegd dat dit betekent: “Vermeerder niet het zweren in de naam van Allah, dit zorgt voor meer godsvrees in het hart.”

Al-Suyūtī zegt: ‘’Ibn Jarīr, ibn al-Mundhir, Ibn Abī Hātim en al-Bayhaqī in zijn Sunan leveren over dat ibn ‘Abbās het vers op de volgende manier uitlegde: ‘’Maak Mij niet tot belemmering bij het doen van het goede door te zweren bij Mij. Verbreek je belofte, betaal de boetedoening en doe het goede.’’[2]

Al-Rāzī verwijst naar Abū Muslim al-Isfahānī  en noemt zijn uitleg het mooiste wat er gezegd is over het eerste deel van het vers. Allah verbiedt het om veel te zweren bij Hem. Al-Isfahānī vermeldt als reden dat iets veelvuldig verwoorden in een bepaalde betekenis ervoor zorgt dat het een belemmering wordt. Wanneer iemand regelmatig zweert bij Allah, zal hij ook zweren bij zaken die er niet meer toe doen. Zodoende verliest de eed zijn waarde. Bovendien wordt het belang van de eed twijfelachtig omdat het vermoeden zal rijzen dat die persoon het zou kunnen wagen om valselijk te zweren bij Allah. Dat schaadt uiteindelijk het werkelijke doel. Al-Rāzī haalt ook enkele verzen uit de Koran aan: {En waak over de eden} [4/89] {En gehoorzaam geen enkele verachtelijke edenzweerder} [68/10].[3] Ibn ‘Arafa zei: ‘’{..dat jullie geen goedheid zullen bedrijven..} is begrepen als het willen van goedheid van goeden, dus als goede mens goede daden willen doen.[4]

In de sjiitische Tafsīr al-Sāfī van al-Kāshānī vinden we het volgende: ‘’Al-Sādiq zei bij de tafsīr van dit vers: ‘’Als je wordt geroepen om verzoening te brengen tussen twee mensen, zeg dan niet: ‘Ik heb gezworen om dit niet te doen.’’’[5]

Uit de bovenstaande exegesen onthouden we het belang om het goede te doen en de mensen met elkaar te verzoenen. Dat is zelfs zo belangrijk dat wanneer een mens bij Allah zou hebben gezworen om dat niet te doen, hij zijn eed moet breken en toch het goede moet verrichten.

[1] Abū ‘Abd Allah al-Qurtubī, al-Jāmī’ li al-Ahkām al-Qur’ān. Caïro, Dār al-Kutub al-Misriyya, 1964, d. 3 p. 97.

[2] Jalāl al-Dīn, al-Suyūtī, al-Dur al-Manthur fī Tafsīr al-Ma’thūr. Beiroet, Dar al-Fikr, 2011, d. 1 p. 642.

[3]  Fakhr al-Dīn, al-Rāzī, Mafatih al-Ghayb. Beiroet, Dar-Ihya Turath al-Arabi, 1998, d. 6 p. 425.

[4] Muhammad, ibn ‘Arafa, Tafsīr al-Imam ibn ‘Arafa. Tunis, Markaz al-Buhuth al-Zaytuniyya, 1986, d. 2 p. 649.

[5] ورد قول الصادق في تفسيرها إذا دعيت لصلح بين اثنين فلا تقل علي يمين أن لا أفعل

Wahba al-Zuḥaylī (1932 – 2015)

“لا يكون الحلف بالله مانعا من المحلوف عليه من برّ وتقوى، وما على المؤمن إذا أراد أن يفعل البر والخير إلا أن يكفر عن يمينه ويفعل المحلوف عليه.”

In zijn eerste betekenis zegt dit vers dat een goede handeling moet worden verricht zonder rekening te houden met eden, zelfs indien zij gezworen zijn in de naam van Allah. De zes grote traditieverzamelaars[1] (behalve ibn Māǧah) vermelden deze Hadith: « Als je een eed hebt afgelegd en je stelt vast dat er iets beters is dan die belofte, doe dan wat beter is en breek je eed. » De eed verbindt dus niet langer de beide betrokken partijen als het erop aankomt om het goede te doen. De tweede betekenis in dit vers is het verbod op overmaat in de eed in naam van Allah gezworen. (B. 1, p. 679).

 

Nāṣir Mukārim al-Šayrāzī (geboren in 1926)

“الآية تنهي عن القسم بالله في الأمور الصغيرة والكبيرة وعن الاستخفاف باسمه.”

Sommigen zeggen dat dit vers verbiedt om zomaar met de godsnaam te zweren zodat de eed haar waarde niet kwijtspeelt. Zweren is dus enkel toegestaan in de meest belangrijke kwesties. Het is in die betekenis dat imam al-Ṣādiq[2] heeft gezegd: «Zweer niet voor Allah, of je gelijk hebt of niet, want Allah heeft gezegd:

« En gebruik de naam van Allah niet […] » (B.1, p. 457)

 

Ismāʿīl Ḥaqqī al-Brūsawī (1653 – 1725)

“روى أن بشير ابن نعمان الأنصاري كان قد طلق زوجته التي هي أخت عبد الله بن رواحة وأراد أن يتزوجها بعد ذلك وكان عبد الله قد حلف على ألا يدخل على بشير ولا يكلمه ولا يصلح بينه وبين أخته فإذا قيل له في ذلك قال قد حلفت بالله أن لا أفعل ولا يحل لي إلا أن لا أحفظ يميني وأبر فيه فأنزل الله تعالى هذه الآية.”

De betekenis van het vers luidt als volgt: « Zorg ervoor dat het zweren bij Allah geen hinderpaal vormt tot het goede of tot de verzoening of tot eender welke goede daad, opdat dit niet tegenhouden wordt door de eed in naam van Allah. »

Men zegt dat Bašīr ibn Nuʿmān al-Anṣārī[3] zijn vrouw had verstoten, de zuster van ʿAbd Allah ibn Rawāḥa[4], en haar opnieuw wilde huwen. ʿAbd Allah had gezworen om Bašīr nooit meer aan te spreken en hem niet te helpen bij de verzoening met zijn zuster. Hij antwoordde tot wie hem daarover een opmerking maakte, dat het erop aankwam om zijn eed trouw te blijven. Op dat ogenblik werd het vers geopenbaard. (B.1, p. 349)

[1] De auteurs van « de zes boeken » die aan de basis liggen van de Hadith-wetenschappen zijn al-Buḫārī, Muslim, al-Nisāʾī, Abū Dāwūd, al-Tirmiḏī en Ibn Māǧah.

[2] De zesde imam voor de sjiieten.

[3] De vader van ’al-Nuʿmān ibn Bašīr, een gezel van de profeet, geboren in 623.

[4] Gezel en belangrijke krijgsheer in de islam. Hij was ook dichter en stierf in de strijd in 629.

De dag daarop zag hij hoe twee Hebreeuwse mannen met elkaar op de vuist gingen. ‘Waarom sla je iemand van je eigen volk?’Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.verzoening tussen de mensen tot stand zullen brengen
ויצא ביום השני והנה שני־אנשים עברים נצים ויאמר לרשע למה תכה רעךγίνεσθε δὲ εἰς ἀλλήλους χρηστοί, εὔσπλαγχνοι, χαριζόμενοι ἑαυτοῖς καθὼς καὶ ὁ Θεὸς ἐν Χριστῷ ἐχαρίσατο ὑμῖν.وَتُصْلِحُوا بَيْنَ النَّاسِ
wayyêṣê bayyōwm haššênî, wəhinnêh šənê- ’ănāšîm ‘iḇrîm niṣṣîm wayyōmer lārāšā‘ lāmmāh ṯakkehGinesthe de eis allēlous chrēstoi eusplanchnoi charizomenoi heautois kathōs kai ho Theos en Christō echarisato hyminwa-tuṣliḥū bayna n-nāsi
Exodus 2:13Efeziërs 4:32Quran 2:224