Vergiffenis en vrijheid

قَوْلٌ مَّعْرُوفٌ وَمَغْفِرَةٌ خَيْرٌ مِّن صَدَقَةٍ يَتْبَعُهَا أَذًى وَاللَّـهُ غَنِيٌّ حَلِيمٌ

 

qawlun maʿrūfun wa-maġfiratun ḫayrun min ṣadaqatin yatbaʿuhā ˈaḏan wa-llāhu ġaniyyun ḥalīmun

 

(Het uitspreken van,) vriendelijke woorden en vergeving is beter dan een liefdadigheid die door kwetsing gevolgd wordt. En Allah is Behoefteloos, Zachtmoedig.

 

al baqara 2, 263

  • 19 februari 2020

Abū Ja’far al-Ṭabarī legt uit dat de woorden ‘qawlun ma’rūf’ (vriendelijke woorden) betekenen: mooie woorden of een smeekbede die iemand verricht voor zijn broeder. Het woord ‘maghfira’ (vergeving) wil zeggen dat men een persoon bedekt en niet zijn fouten openbaart.[1]

Fakhr al-Dīn al-Rāzī geeft aan dat dit vers handelt over iemand die iets vraagt. Men dient een dergelijke persoon op een nette en vriendelijke manier af te wijzen. De ‘maghfira’ (vergeving) kan op verschillende wijze begrepen worden:

  1. Wanneer een arme persoon wordt afgewezen kan dat hard bij hem aankomen. Misschien gebruikt hij dan krachtwoorden. Allah vraagt in dit vers om die harde taal en de tekortkomingen van de arme te vergeven.
  2. Wie een arme persoon op een nette manier afwijst, ontvangt de vergeving van Allah.
  3. Vergeving betekent ook: de behoeftes van de arme vervullen en zijn geheim niet openbaren.
  4. ‘Qawlun ma’rūf’of vriendelijke woorden, betekent ook: op een mooie manier de vraag van de behoevende afslaan. ‘Maghfira’ (vergeving) houdt in dat de persoon die iets vroeg, begripvol moet zijn tegenover degene die hem afwijst. Wellicht is hij niet in staat om te geven wat de persoon hem gevraagd had.[2]

Vervolgens laat Allah weten dat vriendelijk afwijzen beter is dan iets te geven om dan vervolgens de arme te kwetsen. In dat geval volgt een slechte daad op een gebaar van goede wil, die dat goede gebaar annuleert. Bovendien weegt een slechte daad vaak zwaarder door dan de goede handeling. Als iemand echter doet zoals het boven is beschreven, heeft hij met genegen woorden enkel geluk gebracht bij de behoeftige en heeft men hem aldus geen enkele last bezorgd.[3]

Ibn ‘Ajība geeft een soortgelijke uitleg en voegt eraan toe dat Allah iedereen rijkdom had kunnen geven indien Hij dat gewild zou hebben, maar Allah beproeft zowel armen als rijken. Rijkdom test of iemand dankbaar zal optreden, armoe beproeft het geduld. Ibn ‘Ajība geeft ook aan dat dit vers laat zien hoe belangrijk een goed karakter is in de islam. Vriendelijk doen tegen mensen, nederig zijn, niemand kwetsen en dergelijke karaktereigenschappen behoren tot de meest voortreffelijke daden. De profeet Mohammed (vzmh) zei: ‘’Voorwaar het goede karakter staat gelijk (als beloning) aan het vasten en nachtgebeden.’’ Tot slot legt ibn ‘Ajība het verband met het vers dat volgt. Allah verbiedt om aalmoezen te geven en nadien kwetsend op te treden tegenover die behoeftige. Allah zegt in het volgende vers: {O jullie die geloven: maak jullie liefdadigheid niet ongeldig door op te scheppen, noch door te kwetsen, zoals degene die, van zijn eigendom geeft om op te vallen bij de mensen, en (die) niet in Allah en de Laatste Dag gelooft. En de gelijkenis met hem is als met een gladde rots, bedekt met aarde, waarop zware regen valt die haar kaal achterlaat: zij verdienen niets voor wat zij gedaan hebben. En Allah leidt het ongelovige volk niet.}[4]

 

[1] Muhammad, al-Tabarī, Jamī’ al-Bayān fī Ta’wīl al-Qur’ān. Beiroet, Mu’assastu al-Risāla 2000, d. 5 p. 520.

القول في تأويل قوله: {قَوْلٌ مَعْرُوفٌ وَمَغْفِرَةٌ خَيْرٌ مِنْ صَدَقَةٍ يَتْبَعُهَا أَذًى وَاللَّهُ غَنِيٌّ حَلِيمٌ (263) }

قال أبو جعفر: يعني تعالى ذكره بقوله: (قول معروف) ، قولٌ جميل، ودعاءُ الرجل لأخيه المسلم (1) .. = (ومغفرة) ، يعني: وسترٌ منه عليه لما علم من خَلَّته وسوء حالته

[2] Fakhr al-Dīn al-Rāzī, Mafātīh al-Ghayb. Beiroet, Dar-Ihya Turath al-Arabi, 1998, d. 7 b. 43.

أَمَّا الْقَوْلُ الْمَعْرُوفُ، فَهُوَ الْقَوْلُ الَّذِي تَقْبَلُهُ القلوب ولا تنكره، والمراد منه هاهنا أَنْ يَرُدَّ/ السَّائِلَ بِطَرِيقِ جَمِيلٍ حَسَنٍ، وَقَالَ عطاء: عدة حَسَنَةٌ، أَمَّا الْمَغْفِرَةُ فَفِيهِ وُجُوهٌ أَحَدُهَا: أَنَّ الْفَقِيرَ إِذَا رُدَّ بِغَيْرِ مَقْصُودِهِ شَقَّ عَلَيْهِ ذَلِكَ، فَرُبَّمَا حَمَلَهُ ذَلِكَ عَلَى بَذَاءَةِ اللِّسَانِ، فَأَمَرَ بِالْعَفْوِ عَنْ بَذَاءَةِ الْفَقِيرِ وَالصَّفْحِ عَنْ إِسَاءَتِهِ وَثَانِيهَا: أَنْ يَكُونَ الْمُرَادُ وَنَيْلُ مَغْفِرَةٍ مِنَ اللَّهِ بِسَبَبِ الرَّدِّ الْجَمِيلِ وَثَالِثُهَا: أَنْ يَكُونَ الْمُرَادُ مِنَ الْمَغْفِرَةِ أَنْ يَسْتُرَ حَاجَةَ الْفَقِيرِ وَلَا يَهْتِكَ سِتْرَهُ، وَالْمُرَادُ مِنَ الْقَوْلِ الْمَعْرُوفِ رَدُّهُ بِأَحْسَنِ الطُّرُقِ وَبِالْمَغْفِرَةِ أَنْ لَا يَهْتِكَ سِتْرَهُ بِأَنْ يَذْكُرَ حَالَهُ عِنْدَ مَنْ يَكْرَهُ الْفَقِيرُ وُقُوفَهُ عَلَى حَالِهِ وَرَابِعُهَا: أَنَّ قوله قَوْلٌ مَعْرُوفٌ خطاب مع المسؤول بِأَنْ يَرُدَّ السَّائِلَ بِأَحْسَنِ الطُّرُقِ، وَقَوْلُهُ وَمَغْفِرَةٌ خطاب مع السائل بأن يعذر المسؤول فِي ذَلِكَ الرَّدِّ، فَرُبَّمَا لَمْ يَقْدِرْ عَلَى ذَلِكَ الشَّيْءِ فِي تِلْكَ الْحَالَةِ

 

[3] F. al-Rāzī, Mafātīh al-Ghayb. Beiroet, d. 7 b. 43.

وَسَبَبُ هَذَا التَّرْجِيحِ أَنَّهُ إِذَا أَعْطَى، ثُمَّ أَتْبَعَ الْإِعْطَاءَ بِالْإِيذَاءِ، فَهُنَاكَ جَمْعٌ بَيْنَ الْإِنْفَاعِ وَالْإِضْرَارِ، وَرُبَّمَا لَمْ يَفِ ثَوَابُ الْإِنْفَاعِ بِعِقَابِ الْإِضْرَارِ، وَأَمَّا الْقَوْلُ الْمَعْرُوفُ فَفِيهِ إِنْفَاعٌ مِنْ حَيْثُ إِنَّهُ يَتَضَمَّنُ إِيصَالَ السُّرُورِ إِلَى قَلْبِ الْمُسْلِمِ وَلَمْ يَقْتَرِنْ بِهِ الْإِضْرَارُ، فَكَانَ هَذَا خَيْرًا مِنَ الْأَوَّلِ.

[4] Abū al-‘Abbās, ibn ‘Ajība, al-Baḥr al-Madīd. Cairo, Hasan ‘Abbās Zaki, 1419, d. 1, p. 297.

ولو شاء الحقّ تعالى لأغنى الجميع، لكنه أعطى الأغنياء ليظهر شكرهم، وابتلى الفقراء لينظر كيف صبرهم، وَاللَّهُ تعالى غَنِيٌّ عن أنفاق يصحبه مَنٌ أو أذى، حَلِيمٌ عن معاجلة من يَمُنُّ أو يؤذي بالعقوبة. والله تعالى أعلم.

الإشارة: يُفهم من الآية أن حسن الخلق، ولين الجانب، وخفض الجناح، وكف الأذى، وحمل الجفاء، وشهود الصفاء، من أفضل الأعمال وأزكى الأحوال وأحسن الخلال، وفي الحديث: «إنَّ حُسْن الخُلق يعدل الصيام والقيام» .

وفي قوله: وَاللَّهُ غَنِيٌّ حَلِيمٌ: تربية للسائل والمسئول، فتربية السائل: أن يستغني بالغنيِّ الكبير عن سؤال العبد الفقير، ويكتفي بعلم الحال عن المقال، وتربية المسئول: أن يحلم عن جفوة السائل فيتلطف في الخطاب، ويحسن الرد والجواب. قال في شرح الأسماء: والتخلق بهذا الاسم- يعني الحليم- بالصفح عن الجنايات، والسمح فيما يقابلونه به من الإساءات، بل يجازيهم بالإحسان، تحقيقاً للحلم والغفران. هـ.

ثم حذَّر الحق تعالى من المن والأذى فى الصدقة، فقال:

Ismāʿīl Ḥaqqī al-Brūsawī (1653 – 1725)

لأن من جمع بين نفع الفقير واضراره حرّم الثواب

Een bedelaar beleefd afwijzen, hem vriendelijk een aalmoes weigeren en zijn vasthoudendheid vergeven, is beter dan de bedelaar geld te geven en hem daarna op een of andere manier schade te berokkenen. Degene die hem helpt maar nadien schaadt, verliest de beloning voor zijn goede daad. (B. 1, p. 420)

 

Wahba al-Zuḥaylī (1932 – 2015)

الصدقة شُرعت للأخذ بيد الضعيف، وتخفيف حدّة الحسد والحقد على الأغنياء

Als de schenker wil dat hij voor zijn aalmoes werkelijk beloond wordt, moet hij zich niet koesteren aan wat hij gegeven heeft. Hij moet ook niet zijn superioriteit ten toon spreiden of stilletjes hopen dat de bedelaar iets in retour zal geven. De aalmoes is een regulering die de meest hulpbehoevende vooruit moet helpen, en dient verder om de geldzucht en de na-ijver bij vele rijken te beperken. Er komt dus geen beloning voor degene die een aalmoes geeft met als enig doel: de mensen horen zeggen dat hij goed is en gul (B. 2, p. 49)

 

Nāṣir Mukārim al-Šayrāzī (geboren in 1926)

أقلّ ما يمكن للأشخاص الأثرياء في مقابل حرمان هؤلاء المحرومين هو أن يتحمل منهم اندفاعاتهم اللفظية التي هي شرر النار التي تستعر في قلوبهم فتنطلق على ألسنتهم

 « Vergeving » of de grofheid door de vingers zien van zij die in nood zijn, hun ongedurigheid door het gewicht van de zorgen. Ze dragen wat mee, en zo staat hun spraak in contrast met hun hart: grofgebekt, een gespleten tong, botte taal. Maar eigenlijk hebben ze louter lak aan de onrechtvaardige maatschappij door wie ze hun rechten worden ontzegd. Wanneer een gewone mens zo’n arme drommel voorbij gaat, dan is het toch van het minste dat je die vlagen verduurt, dat knisperen van vonken van vuur die slaan uit het hart naar de tip van de tong. Anderen menen dat « vergeven » hier de betekenis krijgt van « verbergen », namelijk de geheimen en gebreken van de armen die hun waardigheid hebben, zoals bij iedereen natuurlijk. Het klopt dat beide betekenissen complementair zijn. (B. 2, p 106)

 

Leden van de University of Wisconsin-Madison Muslim Association brachten hun dinsdagmiddag door met het uitdelen van uitnodigingen aan daklozen in Madison voor diner en discussie.

Het verstand des mensen vertrekt zijn toorn; en zijn sieraad is de overtreding voorbij te gaan. Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft. (Het uitspreken van,) vriendelijke woorden en vergeving is beter dan een liefdadigheid die door kwetsing gevolgd wordt.
שכל אדם האריך אפו ותפארתו עבר על פשע γίνεσθε δὲ εἰς ἀλλήλους χρηστοί, εὔσπλαγχνοι, χαριζόμενοι ἑαυτοῖς καθὼς καὶ ὁ Θεὸς ἐν Χριστῷ ἐχαρίσατο ὑμῖν. قَوْلٌ مَّعْرُوفٌ وَمَغْفِرَةٌ خَيْرٌ مِّن صَدَقَةٍ يَتْبَعُهَا أَذًى ۗ وَاللَّـهُ غَنِيٌّ حَلِيمٌ
śê-ḵel ’ā-ḏām he-’ĕ-rîḵ ’ap-pōw; wə-ṯi-p̄-’ar-tōw, ‘ă-ḇōr ‘al-pā-ša‘. Gineste de eis allêlous chrêstoi eusplanchnoi charizomenoi heautois kathôs kai ho Theos en Christô echarisato hymin qawlun maʿrūfun wa-maġfiratun ḫayrun min ṣadaqatin yatbaʿuhā ˈaḏan wa-llāhu ġaniyyun ḥalīmun
Spreuken 19:11 Efeziërs 4, 32 Quran 2, 263