Jullie God is barmhartig

قُل لِّمَن مَّا فِي السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ قُل لِّلَّـهِ كَتَبَ عَلَى نَفْسِهِ الرَّحْمَةَ لَيَجْمَعَنَّكُمْ إِلَى يَوْمِ الْقِيَامَةِ لَا رَيْبَ فِيهِ الَّذِينَ خَسِرُوا أَنفُسَهُمْ فَهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ

 

kataba ʿalā nafsihi al-raḥmata

 

“Zeg: “Aan wie behoort wat er in de hemelen en op de aarde is?” Zeg: “Aan Allah. Hij heeft Zichzelf de Barmhartigheid voorgeschreven, Hij zal jullie zeker bijeenbrengen op de Dag der Opstanding, waaraan geen twijfel is. Degenen die zichzelf verloren hebben: zij zijn het die niet geloven.”

 

al-ˈanʿām 6, 12

  • 22 februari 2020

Hoe vaak horen we toch niet dat Allah de meest barmhartige is? De meest genadevolle? De vraag rijst evenwel: is die uitspraak gebruikelijk omdat het goed uitkomt? Er bevinden zich allerlei verzen in de Koran en God heeft toch vele eigenschappen. God als genadige vooropstellen lijkt in dat licht een selectieve keuze. Ik wil hierop ingaan in dit artikel waarin ik de Barmhartigheid van Allah bespreek.

Zichzelf Barmhartigheid voorgeschreven

Allah heeft zichzelf Barmhartigheid voorgeschreven. Wat betekent dat precies? Het was in andere woorden niet verplicht voor God om zichzelf Barmhartigheid toe te schrijven, zoals imam al-Rāzī schrijft in zijn Tafsīr.[1] “Het is een gunst van Allah voor ons, dat Hij Zichzelf Barmhartigheid heeft toegeschreven”, legt hij uit. Dat betekent dat God evengoed zichzelf géén Barmhartigheid had kunnen toeschrijven. “Allah is er vrij van dat Hem iets ‘verplicht’ zou zijn”, zegt al-Bursawi in zijn Tafsīr.[2] We kunnen ons dan gelijk afvragen of er bijgevolg geen onrechtvaardige situatie ontstaat. De geleerden van islamitische theologie weerleggen dat als volgt: ‘’De hele schepping is geschapen door God. Zij is dus Gods eigendom en er is geen sprake van onrechtvaardigheid wanneer iemand niet buiten zijn eigendom treedt.’’[3] Tabrisi legt dit vers uit als volgt: ‘’ Zijn genade ligt in het schenken van uitstel aan hen tot de dag van wederopstanding, opdat zij vergiffenis kunnen vragen’’.[4] Ibn al-Jawzi zegt in zijn Tafsīr dat de barmhartigheid waar God het hierover heeft uit deze twee aspecten bestaat: 1. De bestraffing uitstellen voor degene die het verdienen 2. De bedes om vergiffenis van de zondaar accepteren.[5]

Barmhartig

In de Koran komt de naam de Barmhartige 57 keer voor, de Erbarmer 114 keer. Die namen van God zijn dus sterk aanwezig in de korantekst. Je vindt ze ook terug in de zogeheten basmala en dat betekent: in de naam van Allah.  Wanneer iemand begint met het oplezen van een hoofdstuk uit de Koran gaat de basmala er altijd aan vooraf. Ook vóór elke daad, vooral de geloofsdaden, wordt er verondersteld dat een gelovige de basmala opzegt. Het valt je misschien op dat er in die formule geen werkwoord aanwezig is. Een van de wijsheden die hierachter schuilt, is dat men op die manier de basmala kan gebruiken bij allerlei daden: in de naam van Allah lees ik, in de naam van Allah studeer ik of werk ik, enzovoort. Allah heeft vele namen maar Hij verkoos de Barmhartige en de Erbarmer. Dankzij de basmala beseft de gelovige dat hij iets doet in de naam van God. Welke God? De meest Barmhartige en de Erbarmer.

[1] Fakhr al-Dīn al-Rāzī, Mafātīh al-Ghayb. Beiroet, Dar-Ihya Turath al-Arabi, 1998, d. 12 b. 489.

[2] Ismā’īl Haqqī al-Bursawi, Rūḥ al-Bayān. Beiroet, Dar al-Fikr, d. 3 b. 14.

[3] Sa’duddin al-Taftazani. Sharh al-Aqaid al-Nasafiyya. Beiroet, Dār Nūr Sabāh, 2017, b. 346.

[4] Tabrisi.

[5] Abū al-Faraj ibn al-Jawzī, Zād al-Masīr fī ‘ilm al-Tafsīr. Beiroet, Dār al-Kitāb al-‘Arabī, 1422 h., d. 2 b. 12.

Ismāʿīl Ḥaqqī al-Brūsawī (1653 – 1725)

انه تعالى رؤوف بالعباد لا يعجل عليهم بالعقوبة ويقبل منهم التوبة والانابة

Allah is vol genade voor zijn dienaren. Hij is niet gehaast om hen te straffen en aanvaardt hun berouw. Barmhartigheid is een bijzondere eigenschap waarmee Hij zichzelf representeert (ṣifa) en die onlosmakelijk deel uitmaakt van Zijn wezen (nafs) (rūḥ al-bayān fī tafsīr al-qurʾān, B. 3, p. 14).

 

Wahba al-Zuḥaylī (1932 – 2015)

من مقتضيات الرحمة الحشر يوم القيامة بلا شك للثواب والعقاب، لأنه متى عرف الإنسان ما قد ينتظره أقبل على  الخير وكفّ عن الشر

Zelfs de bedreiging van de goddelijke straf, de dag van de opstanding, is een blijk van Zijn goede gezindheid. Want een mens die de straf vreest, zal weldoend handelen en houdt met de ondeugd op. Die waarschuwing geldt dus als levenstaak want zij is de bron voor de humane vrijgevigheid. Bovendien bevestigen profetische gezegden (Hadith) dat de barmhartigheid van God zijn woede kan temperen. In de twee belangrijkste Hadith-verzamelingen van de islam, de Ṣaḥīḥ van al-Buḫārī en die van Muslim, lezen we dit gezegde volgens Abu Hurayra [1] : « Toen God de wereld schiep, schreef Hij boven zijn troon deze zin, die altijd bij Hem in de buurt blijft: « Mijn barmhartigheid heeft het gehaald op Mijn woede (al-tafsīr al-munīr, B. 4, p. 157).

 

Nāṣir Mukārim al-Šayrāzī (geboren in 1926)

إن الله هو وحده مصدر كل رحمة، وهو الذي أوجب على نفسه الرحمة، ويفيض بنعمه على الجميع

Allah is de bron van alle mededogen. Hij heeft zichzelf de barmhartigheid opgelegd en verspreidt Zijn onuitputtelijke heilzame werking over Zijn dienaren. In Zijn mededogen vormt Hij de mens vanuit een eenvoudige spermadruppel, en bij het sterven, zal Allah hem een eeuwig leven schenken (al-amṯal fī tafsīr kitāb Allāh al-munazzal, B. 4, p. 18).

[1] Gezel van de profeet die de meeste Hadith heeft gerapporteerd.

Zeer mooie recitatie van Surah 55 ar-raḥmān door ‘abd al-bāsit ‘abd al-ṣamad (1927-1987), een Egyptische sjeik en een populaire recitator van de Koran.
Ondertaande video is een trailer voor een islamitische soefistische adaptatie van een Shakespeare toneelstuk dat zich afspeelt in hedendaags Lahore, Pakistan.
Rhamzan, een zanger (HIP-HOP) viert Rahma.

Goed is de HEER voor alles en allen, hij ontfermt zich over heel zijn schepping de Heer is immers liefdevol en barmhartig Hij eeft Zichzelf de Barmhartigheid voorgeschreven
טוב יהוה לכל ורחמיו על כל מעשיו εἴδετε ὅτι πολύσπλαγχνόςἐστιν ὁ Κύριος καὶοἰκτίρμων كَتَبَ عَلَىٰ نَفْسِهِ الرَّحْمَةَ
ṭōwḇ Yahweh lakkōl ‘alwəraḥămāw ‘al- kāl-ma‘ăśāw. Eidete hoti polysplanchnos estin ho Kyrios kai oiktirmōn kataba ʿalā nafsihi r-raḥmata
Psalmen 145:9 Jacobus 5:11 Quran 6, 12