Kitaab

4 augustus 2019

Al-kitaab… je denkt dat het een boek is?

En toch, in de tijd van de profeet, in Arabië,

boeken, behalve de rollen van de Joden zoals in Medina,

boeken waren er niet.

 

Kijken we eens naar de stam.

Je kent het principe nu wel. Eerst verwijderen we alle klinkers. Er rest ons K, T en B. Dat geeft ons het werkwoord kataba.

Ok, je gaat me nu vertellen dat kataba vandaag wil zeggen “schrijven”. Maar in de leefwereld van de profeet schreef men praktisch nooit. Alles wat belangrijk was, werd mondeling gezegd. Weet je het nog, we hadden het daarover al bij het woord qoer’aan.

Kitaab verschijnt in de Koran als een geschrift, evenwel niet van de mensen maar een geschrift van de katiboen. Dat zijn de bovennatuurlijke wezens die de handelingen van de mens optekenen in het licht van het oordeel. Je treft ze aan in de Koran in 82:11.

Al-kitaab is de lijst van je handelingen die je zal worden overhandigd op het laatste oordeel. In soera 84:7 leren we dat degene die zijn kitaab in de rechterhand zal ontvangen, gelukzaligheid verkrijgt, en opnieuw tezamen blijft met zijn familie. Maar degene die het achter zijn rug zal krijgen, wordt reddeloos van zijn familie gescheiden.

Vergeet niet, in de tijd van de Profeet was het ergste dat iemand van de zijnen werd gescheiden.

Naast die eerste betekenis zal er in de Koran een tweede kerngedachte verschijnen die uiteindelijk dominant wordt en dat is “het geschrift van het lot van een volk” dat door de Schepper-God aan het volk is geopenbaard.

Het is de openbaring of ook wel “de nederdaling van het geschreven woord” genoemd. In soera 39:41 vind je een vers waarin wordt gezegd dat al-kitaab op de mensen is neergedaald om ze de goede richting te wijzen. Het is aan hen om te beslissen of ze er al dan niet voor gaan.

Neem het voorbeeld van Mozes die aan bod komt in soera 32:23. Hij heeft al-kitaab ontvangen van zijn volk, banoe isra’iel. In deze Koranpassages is kitaab een bovennatuurlijke openbaring en niet een geschrift op een materiële drager. Dat wordt treffend aangetoond in 2:79 waar de Joden van Medina vervloekt zijn omdat ze de openbaring van hun kitaabmet eigen handen hebben durven schrijven, wat hen ertoe zou hebben gebracht om het te verdraaien.

Een historicus moet concluderen dat de openbaring niet werd neergeschreven in de tijd van de Profeet.

De woorden uit de Koran door Prof. Jacqueline Chabbi, Historica van de islamitische wereld.