Pas door de voortgang in het leren komt de overdracht en de toepassing van de Korantekst.

 

Faḍl ibn Ḥasan al-Tabarsī (1073 – 1153)

استزد من الله تعالى علما إلى علمك

“O, mijn Heer, vergroot mijn kennis!” Dit wil zeggen: “Moge Allah, verheven zij Hij, jouw kennis laten groeien”. ʿĀʾiša vertelt deze woorden van de profeet: “Als ik op een dag niets leer wat mij dichter bij Allah brengt, betekent dit dat Hij de zonsopgang voor mij niet gezegend heeft”.  (maǧmaʿ al-bayān, T. 7, p. 44)

 

Faḫr al-Dīn al-Rāzī (1149 – 1209)

لَا يَبْعَثَ غَيْرَهُ عَلَيْهِ حَتَّى يَتَبَيَّنَ بِالْوَحْيِ تَمَامُهُ أَوْ بَيَانُهُ

De bedoeling is dat hij (de profeet) niet onrustig wordt of anderen enthousiasmeert totdat de openbaring volledig aan hem is uitgelegd, want het is verplicht om op te houden om de betekenis van een woord te begrijpen. Daar kan namelijk een uitzondering, een voorwaarde of een specificatie op volgen. (mafātīḥ al-ġayb, T. 22, p. 104)

 

Ibn ʿArabī (1164 – 1240)

فإن نزول العلم والحكمة مترتب بحسب ترتب مراتب ترقيك في القبول ولا تفتر عن الطلب والاستفاضة

“Overhaast je niet” in een drang naar kennis, voordat Allah besluit om je de (hele) openbaring over te brengen. Want kennis en wijsheid kunnen je slechts worden verleend naar jouw vermogen om ze te ontvangen, niet omdat je er blijft om verzoeken.   (tafsīr Ibn ʿArabī, T. 2 , P. 35)

Pas door de voortgang in het leren komt de overdracht en de toepassing van de Korantekst.

 

Ismāʿīl Ḥaqqī al-Brūsawī (1653 – 1725)

أي فهما لإدراك حقائقه فإنها غير متناهبة وبنورا بأنواره وتخلقا بخلقه

“Mijn kennis” verwijst naar het begrijpen en doorgronden van de ware, ontoegankelijke betekenissen, het ontvangen van het licht en het handelen in overeenstemming met de Koran. Sommige [geleerden] hebben voorgesteld: “mijn kennis van de Koran”. Inderdaad, telkens wanneer hij de openbaring ontving, vermeerderde zijn kennis van de Koran.   (rūḥ al-bayān fī tafsīr al-qurʾān, T. 432, p. 5)

 

Nāṣir Mukārim al-Šayrāzī (geboren in 1926)

العجلة ليست صحيحة لكن من الضروري الجد والسعي من أجل الارتواء من منهل العلم

Als het niet is toegestaan om de openbaring met veel enthousiasme door te geven, zou men kunnen denken dat het ook niet is toegestaan om naar kennis uit te zien. Het is om die verkeerde interpretatie te voorkomen dat dit vers volgt: “O mijn Heer, vergroot mijn kennis!”. Dit betekent dat haast niet goed is, maar anderzijds is het verplicht om naar de bron van kennis te lopen om de dorst naar kennis te lessen. (al-amṯāl fī tafsīr kitāb Allah al-munazzal, T. 8, p. 175)

 

Wahba al-Zuḥaylī (1932 – 2015)

ولا تتعجل أو تبادر إلى قراءة القرآن قبل أن يفرغ جبريل من الوحي، حرصا منه على ما كان ينزل عليه منه، بل أنصت، فإذا فرغ الملك من قراءته عليك فاقرأه بعده.

Jouw verlangen om de openbaring te ontvangen is groot, maar haast je niet met het lezen van de Koran totdat Ǧibrīl klaar is met de overdracht aan jou. Integendeel, zwijg en als de engel klaar is met lezen, lees dan op jouw beurt. Dat is vergelijkbaar met Zijn woord, Gelouterd en Verheven zij Hij, in soera al-Qiyāma: “Beweeg je tong niet om de voordracht te bespoedigen: de bundeling ervan (in jouw hart en de verankering in jouw geheugen) is onze verantwoordelijkheid, evenals de manier om het te reciteren. Als wij het voordragen, volg je de voordracht. Dan is het aan ons om het je uit te leggen.”  (al-tafsīr al-munīr, T. 16, p. 290)