Allah eert alle Mensen

19 februari 2020

وَلَقَدْ كَرَّمْنَا بَنِي آدَمَ وَحَمَلْنَاهُمْ فِي الْبَرِّ وَالْبَحْرِ وَرَزَقْنَاهُم مِّنَ الطَّيِّبَاتِ وَفَضَّلْنَاهُمْ عَلَى كَثِيرٍ مِّمَّنْ خَلَقْنَا تَفْضِيلًا

 

wa-la-qad karramnā banī ˈādama

 

En voorzeker, Wij hebben de kinderen van Adam geëerd. Wij brachten hen op het land en op de zee. Wij gaven hun levensonderhoud van het goede en Wij bevoorrechtten hen met een privilege boven vele van de andere schepsels die Wij hebben geschapen.

 

al-ˈisrāˈ 17, 70

Allah zegt: {En voorzeker, Wij hebben de kinderen van Adam geëerd.} Elke mens, goed of slecht, is geëerd. De mensen hebben een prachtig uiterlijk, een evenwichtige lichaamsbouw. Ze kunnen goed van slecht onderscheiden en zij begrijpen spraak, tekens en schrift. Het is hun getoond hoe ze zich moeten in stand houden, hoe ze de dingen op aarde kunnen beheersen en ervan mogen genieten, en hoe ze een vak moeten uitoefenen. En verder zijn er nog talrijke eervolle zaken die we onmogelijk kunnen opnoemen. Ibn ‘Abbās illustreert het uitstekend: “Elk dier eet. De mens tilt echter het eten op met zijn hand. De hand van de aap daarentegen is ook een poot. Hij loopt ermee in de vuiligheid en daarom vervalt de eer van de hand van de aap.”[1]

{Wij brachten hen op het land en op de zee. Wij gaven hun levensonderhoud van het goede} Rijdieren op het land en boten op de zee. Levensonderhoud van het goede, oftewel van wat de mens lekker vindt.[2]

Aan het eind van het vers zien we dat Allah zegt: {Wij bevoorrechtten hen met een privilege boven vele van de andere schepsels die Wij hebben geschapen.} Ibn Ajība zegt: ‘’Met vele wordt er een uitzondering gemaakt op de engelen of de uitverkorenen onder de engelen. Dat de menssoort niet méér bevoorrecht is dan de engelen, betekent niet dat geen enkele mens meer bevoorrecht kan zijn dan de engelen. De profeten en de boodschappers zijn bijvoorbeeld meer bevoorrecht dan de uitverkorenen onder de engelen maar de uitverkorenen onder de engelen zijn dan weer meer bevoorrecht dan de uitverkorenen van de mensheid, zoals de awliyā’.[3] De uitverkorenen onder de mensen zijn op hun beurt meer bevoorrecht dan de normale engelen, en Allah weet dit het best.[4]

Ibn al-Jawzī benadrukt dat het hier gaat over alle mensen. Zelfs de niet-moslims zijn ook geëerd. Daarom is het ten strengste verboden om een mens kwaad aan te doen.[5]

 

[1] Abū al-‘Abbās, ibn ‘Ajība, al-Baḥr al-Madīd. Cairo, Hasan ‘Abbās Zaki, 1419, d. 3, p. 216.

يقول الحق جلّ جلاله: وَلَقَدْ كَرَّمْنا بَنِي آدَمَ قاطبة، برهم وفاجرهم، أي: كرمناهم بالصورة الحسنة، والقامة المعتدلة، والتمييز بالعقل، والإفهام بالكلام، والإشارة والخط، والتهدي إلى أسباب المعاش والمعاد، والتسلط على ما في الأرض، والتمتع به، والتمكن من الصناعات، وغير ذلك مما لا يكاد يُحيط به نطاق العبارة. ومن جملته: ما ذكره ابن عباس رضي الله عنه من أن كل حيوان يتناول طعامه بفيه، إلا الإنسان يرفعه إليه بيده، وأما القرد فيده بمنزلة رجله لأنه يطأ بها القاذورات فسقطت حرمتها.

[2] Abū al-Barakāt al-Nasafī, Madārik al-Tanzīl wa Haqā’iq al-Ta’wīl. Beiroet, Dār al-Kalim al-Tayyib, 1998, d. 2, p. 269.

{وحملناهم فِى البر} على الدواب {والبحر} على السفن {وَرَزَقْنَاهُمْ مّنَ الطيبات} باللذيذات أو بما كسبت أيديهم

[3] Vrome dienaren, vrienden van Allah.

[4] A. ibn ‘Ajība, al-Baḥr al-Madīd. Cairo, Hasan ‘Abbās Zaki, 1419, d. 3, p. 216.

مما رَكَّبْنَا فيهم عَلى كَثِيرٍ مِمَّنْ خَلَقْنا وهم: من عدا الملائكة- عليهم السلام-. تَفْضِيلًا عظيمًا، فحق عليهم أن يشكروا هذه النعم ولا يكفروها، ويستعملوا قواهم في تحصيل العقائد الحَقِّيَّةِ، ويرفضوا ما هم عليه من الشرك، الذي لا يقبله أحد ممن له أدنى تمييز، فضلاً عمن فُضّل على من عدا الملأ الأعلى، والمستثنى جنس الملائكة، أو الخواص منهم، ولا يلزم من عدم تفضيل الجنس عدم تفضيل جنس بني آدم على الملائكة، عدم تفضيل بعض أجزائه كالأنبياء والرسل، فإنهم أفضل من خواص الملائكة، وخواص الملائكة- كالمقربين مثلاً- أفضل من خواص بني آدم، كالأولياء، والأولياء أفضل من عوام الملائكة. والله تعالى أعلم.

[5] Abū al-Faraj ibn al-Jawzī, Zād al-Masīr fī ‘ilm al-Tafsīr. Beiroet, Dār al-Kitāb al-‘Arabī, 1422 h., d. 3 b. 39.

فإن قيل: كيف أطلق ذكر الكرامة على الكل، وفيهم الكافر المُهان؟ فالجواب من وجهين:

أحدهما: أنه عامل الكل معاملة المكرَم بالنعم الوافرة. والثاني: أنه لما كان فيهم من هو بهذه الصفة، أجرى الصِّفة على جماعتهم، كقوله تعالى: كُنْتُمْ خَيْرَ أُمَّةٍ أُخْرِجَتْ لِلنَّاسِ «1» .

Ismāʿīl Ḥaqqī al-Brūsawī (1653 – 1725)

الكرامة الجسدانية عامة يستوي فيها المؤمن والكافر وهي تخمير طينته بيده أربعين صباحا وتصويره في الرحم بنفسه وانه تعالى صوره فأحسن صورته وسواه فعدله في أي صورة ما شاء ركبه ومشاه سويا على صراط مستقيم مستقيم القامة أخذا بيديه آكلا بأصابعه مزينا باللحى والذوائب

Allah heeft de Mens lichamelijk en geestelijk begunstigd. De lichamelijke gunst betreft alle mensen, moslim of niet, want Allah heeft de Mens met zijn eigen Handen geschapen, uit klei, gedurende 40 dagen. Hij gaf hem de vorm die Hij wilde, zette hem overeind en toonde de in te slagen weg. Hij gaf hem handen en vingers zodat hij zich voedt, baard en haar om zich te verfraaien.De spirituele gunst is tweeledig. Vooreerst de hele creatie want Allah geeft haar het leven door er een beetje van Zijn wezen in te blazen. Daarnaast meer specifiek de profeten, boodschappers, vromen en gelovigen die de rechte weg volgen. (B. 5, p. 184)

 

Wahba al-Zuḥaylī (1932 – 2015)

من تمام نعمة الله وفضله رحمته، تكريم الإنسان

De onderscheiding die Allah aan de mens verleent is een teken van zijn volmaakte genade. « Wij hebben de kinderen van Adam geëerd » wil daarom zeggen: « Wij gaven hun waardigheid maar ook een voordeel [op de andere schepselen] door het gehoor, het zicht, intelligentie en de rede te schenken waarmee ze de werkelijkheid van de dingen leren ontdekken, vervaardigen, telen en verbouwen, en handeldrijven door verschillende talen te spreken. We hebben het hen ook toegestaan om zich te verplaatsen dankzij rijdieren, treinen, vliegtuigen en andere zaken, alsook op zee met behulp van vaartuigen van allerlei grootte. »

Een profetische uitspraak vermeldt zelfs dat Allah bepaalde Mensen verkiest boven de engelen: « De engelen zeggen: « Heer, U hebt aan de kinderen van Adam de wereld beneden gegeven. Ze eten er, ze drinken en kleden zich, terwijl wij maar niet ophouden uw lof te bezingen en dat zonder voedsel, drank of ontspanning! Welnu, als U hun het leven daaronder kon schenken, verleen ons dat leven ook hier. Hij antwoordde: « Ik kan niet aan zij die ik schiep met het eenvoudig bevel « wees !  “ hetzelfde verlenen wat ik geschonken heb aan de eerzame schepsels die ik eigenhandig het leven bracht. (B. 8, p. 134)

 

Nāṣir Mukārim al-Šayrāzī (geboren in 1926)

إنّ الإنسان له امتيازات كثيرة على باقي المخلوقات. فإنّ تكريم الخالق لهذا المخلوق الكريم يتجلى خلال جميع هذه المواهب وغيرها

De Mens heeft wel degelijk voordelen in vergelijking met de andere schepselen. Daarbij denken we spontaan aan de menselijke intelligentie maar ook aan de wil om te weten, de manier om rechtop te lopen, zijn vingers waarmee hij nauwkeurig kan werken en schrijven. Hij is ook in staat tot geestelijk leven door te geloven in Allah. Al die voordelen, en nog andere, zijn de veruitwendiging van de blik van de Schepper op zijn nobele schepsel. (B. 7, p. 310)

 

Talal Asad over Islam en mensenrechten. (interreligious dialogue)
Definitie van mensenrechten in de islam.

En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.Wij hebben de kinderen van Adam geëerd
ויברך אתם אלהים ויאמר להם אלהים פרו ורבו ומלאו את הארץ וכבשה ורדו בדגת הים ובעוף השמים ובכל חיה הרמשת על הארץΕὐλογητὸς ὁ Θεὸς καὶ πατὴρ τοῦ Κυρίου ἡμῶν Ἰησοῦ Χριστοῦ, ὁ εὐλογήσας ἡμᾶς ἐν πάσῃ εὐλογίᾳ πνευματικῇ ἐν τοῖς ἐπουρανίοις ἐν Χριστῷ·وَلَقَدْ كَرَّمْنَا بَنِي آدَمَ
way-ḇā-reḵ ’ō-ṯām ’ĕ-lō-hîm way-yō-mer lā-hem ’ĕ-lō-hîm, pə-rū ū-rə-ḇū ū-mil-’ū ’eṯ- hā-’ā-reṣ wə-ḵiḇ-šu-hā; ū-rə-ḏū biḏ-ḡaṯ hay-yām ū-ḇə-‘ō-wp̄ haš-šā-ma-yim, ū-ḇə-ḵāl ḥay-yāh hā-rō-me-śeṯ ‘al-hā-’ā-reṣ.Eulogētos ho Theo skai Patēr tou Kyriou hēmōn Iēsou Christou ho eulogēsas hēmas en tois epouraniois en Christōwa-la-qad karramnā banī ˈādama
Genesis 1:28Efeziërs 1:3Quran 17:70

 

Berlin, Staatsbibliothek: Kodex Samarkand

(Faksimiledruck Sankt Petersburg 1905)