Rahmaan

20 februari 2020

Rabb”, de oudste godsnaam in de Koran, is onze aanzet om meer te weten te komen over de goddelijke namen.

Je kent vast wel de formule “bismillaah al-rahmaan al-rahiem”, die doorgaans vertaald wordt als: “In de naam van God, de barmhartige Erbarmer”.

Maar wist je dat in de Koran de naam Rahmaan ook een godsnaam op zich is?

 

Laten we dat eens bekijken vanuit de woordstam.

We schrappen de klinkers en dan blijven over: R-H-M-N. Er is dus een medeklinker teveel.

Zoals we reeds gezien hebben bij het woord qoer’aan, is de N een achtervoegsel dat bij de stam komt. Zo verkrijgen we het werkwoord rahima en dat betekent: welwillend of barmhartig zijn ten aanzien van iemand.

In de gemeenschap van de profeet werd de welwillendheid of rahma allereerst uitgeoefend jegens iemands naasten en ouders. Het was een basisregel in de tribale gemeenschap.

Dit wordt ook in de Koran in herinnering gebracht in 8:75 “Zij die geboren zijn uit dezelfde moederschoot (al-arhaam) hebben de nauwste band met elkaar, meer dan met wie er ooit zijn bijgekomen”.

De onderliggende betekenis is rahiem. Dit betekent “baarmoeder” en verwijst naar het dichtstbijzijnde ouderschap in een tribale samenleving: zij die van dezelfde vader geboren zijn maar ook uit eenzelfde moeder.

In de godsnaam gaat hier niet om een verwantschap uit te drukken tussen God en de mensen. De naam al-Rahmaan maakt duidelijk dat zij die zich aansluiten bij de God-Schepper, van een welwillendheid en weldadigheid genieten die vergelijkbaar zijn met welke een vader aan zijn kinderen zou verrichten.

Deze goddelijke naam, belast met dergelijke sterke waarden, staat in de eerste plaats bekend in Zuid-Arabië. Dit zijn stenen inscripties in Jemen gevonden, die een eerbetoon zijn aan de goddelijke schepper van hemel en aarde onder de naam Rahmanaan, zowel voor de joden vóór de islam vanaf de 5e eeuw als daarna voor de christenen in de 6e eeuw.

Het gebruik van die naam in de Koran is slechts in enkele soera’s te vinden zoals bijvoorbeeld soera 67:3 “In de schepping van al-Rahmaan bespeur je geen wanverhouding.” De meest talrijke verwijzingen zijn te vinden in soera 19:36 en 43.

Rahmaan verschijnt in de Koran als de schepper maar hij is ook de tegenstander van de lokale godheden die niet scheppend zijn. Zo vind je in 43:45 “Vraag aan gezanten die Wij voor jouw tijd gezonden hebben: ‘Hebben Wij in plaats van al-Rahmaan goden gemaakt die zij moeten dienen?’”.

Het is in de loop van de Mekkaanse periode, wanneer de strijd tegen de rivaliserende goden is gewonnen, dat de godsnaam Allah wordt opgelegd.

In een andere passage van soera 17:110 zal je vinden: “Allah of al-Rahmaan aanroepen, dat is hetzelfde.” Het is vanaf dit keerpunt dat de goddelijke naam terugvalt naar een eigenschap van Allah, al-rahmaan, al-rahiem. Maar afgezien van de openingssoera al-fatiha, zijn er maar vier vermeldingen van de naam al-Rahmaan als een eigenschap in de Koran, bijvoorbeeld in soera 59:22 “Hij is Allah, buiten wie er geen god is, kenner van het onzichtbare en het zichtbare, hij is al-rahmaan al-rahiem”.

We stellen dus vast dat er verschillen kunnen zijn tussen de Koran en de latere islamitische gemeenschappen in het gebruik van woorden en formules. Vanuit een historisch standpunt constateren we nog eens een evolutie tussen de eerste periode van de islam en alles wat zal volgen doorheen de tijd en in de verschillende maatschappijen.

Je kan je al inbeelden dat de volgende goddelijke naam waarover we het zullen hebben, die van Allah zal zijn, natuurlijk.

De woorden uit de Koran door Prof. Jacqueline Chabbi, Historica van de islamitische wereld.