Inleiding

Je hebt misschien al mensen gehoord die iemand naar het hoofd slingeren: “Stomme koeffaar“.

Ze denken wellicht dat ze dan zeggen: “Stomme ongelovige!” maar daarmee vertrekken ze vanuit het Nederlands zonder goed te weten wat het woord eigenlijk betekent in het Arabisch.

Om te beginnen: koeffaar is een meervoud en het enkelvoud is kafir.

 

Tsja, als je zeker wil zijn van wat je zegt als je Arabische woorden gebruikt, moet je uiteraard een beetje grammatica kennen. Je hebt het goed gehoord. Grammatica! Waar is dat goed voor?

Grammatica is eigenlijk een spelletje. Ik leg het je uit. In het Arabisch moet je om een woord te begrijpen, dat altijd kunnen terugbrengen naar de woordstam of de zogeheten “radicalen”.

Dat is niet zo moeilijk als in het Frans (en Nederlands) waar je in de oude talen moet gaan zoeken zoals het Latijn of het Grieks. In het Arabisch is dat niet zo. Voor de meeste woorden is het zelfs redelijk simpel. We zoeken het werkwoord dat dezelfde stam heeft als het woord en we botsen zo op de radicalen.

Neem nu koeffaar en kafir. Om de stam te vinden, halen we er alle klinkers uit. Dan blijven enkel deze medeklinkers over: K, F, R. Het werkwoord is kafara.

Meestal zijn er maar 3 van die medeklinkers. Daarom wordt er over het Arabisch gezegd dat de stam drie-radicalig is, dus 3 basismedeklinkers heeft. Van daaruit zie je meteen de woorden die eruit gevormd zijn zoals kafir, koefr, takfier.

Dat werkt met gelijk welk Arabisch woord. Had ik je niet gezegd dat het een spelletje is?

De eerste betekenis van kafir is: degene die iets bedekt, als een landbouwer die ploegt.

Maar om de betekenis van een woord te begrijpen, volstaat de grammatica niet. Je moet het woord terugplaatsen in zijn context, of liever: zijn contexten. Die context is de geschiedenis, met een grote G.

Welnu, na dat spelletje grammatica nodig ik je uit om te gaan reizen. Ja, reizen, want de geschiedenis is een middel om rond te wandelen in de tijd. Eigenlijk ga je een reis maken waarbij een woord zal veranderen van betekenis en waarbij dat begrip ten dienste staat van degenen die het woord zullen gebruiken.

Laten we het decor opbouwen.

Stel je voor: de meest dorre streek in het westen van het immense Arabië, als het niet regent. Wie geen water vindt, sterft. Om te overleven komen de mensen samen in kleine groepen van verwanten waar zij verplicht zijn om op elkaar te letten. Dat zijn de stammen.

Stel je ook 2 steden voor, Mekka en Medina, voor die tijd zeer ver van elkaar gescheiden, door een dodelijke snikhete oven van 450 km.

Dit is onze eerste periode: die van de Arabische stammen, waarin de mensen vooral georganiseerd zijn om te overleven in een van de meest onherbergzame streken van de planeet; maar het is ook die van de profeet van de islam.

Mohammed sterft in 632. Hij is erin geslaagd om de stammen van West-Arabië te verzamelen in een grote alliantie die algauw een imperium is geworden. Maar gedurende meer dan een eeuw moest je in een stam worden geaccepteerd om moslim te zijn. Het is maar later, als de Abassieden aan de macht komen in 750, dat iedereen moslim mag worden zonder zich aan te sluiten bij een stam.

Een andere maatschappij verschijnt dan op het toneel. De bevolkingen van het imperium zijn van zeer diverse origine, in hun cultuur, in hun taal, en in hun oude godsdiensten. De islam zal zich dus aanpassen en een verenigende rol spelen voor alle leden van het imperium. In die context zullen de woorden van de Koran niet veranderen maar worden zij op een andere manier begrepen, waarbij ze hun eerste betekenis verliezen. Waarom? Simpelweg omdat de inwoners van het rijk niet meer de mensen zijn van die Arabische stammen.

Dit is de tweede periode: de veroveringen en het imperium.

Vervolgens gaan er meer dan 1000 jaar voorbij, tot we in onze derde periode arriveren. Dit is de moderne tijd. Het begint in de zestiende eeuw met de expansie van de Europese rijken die daar het rendement van ontdekken.

Het is ook de tijd waarin de laatste grote rijken van de islamitische wereld zich vormen: de Turkse Ottomanen, de Iraanse Safaviden of de Moghuls van India. Maar die imperia worden gaandeweg aangevallen. Denk bijvoorbeeld aan de kolonisatie van India door de Engelsen of de expeditie van Bonaparte in Egypte begin 19° eeuw. Of nog: de kolonisatie van de landen van de Maghreb.

Daarmee geconfronteerd heeft de islamwereld tijd nodig om te reageren. Enkele denkers wenden zich daarom terug naar het verleden. Dit is de vinding van het salafisme: het idee om terug te keren naar de bronnen die aan een ideaal moeten beantwoorden. Het zal wederom de betekenis van de woorden van de Koran doen veranderen.

Maar vandaag dan… wat laten we die woorden nu zeggen?

Hoewel de Arabische wereld in de tweede helft van de 20° eeuw het einde van de kolonisatie heeft gekend, zijn problemen als economische dominantie en rivaliteit tussen de grootmachten blijven bestaan. De islamwereld is de prooi van verschrikkelijke internationale of binnenlandse oorlogen waar het verleden van de islam een referentie is geworden.

Een referentie? Toch vooral een voorwerp van manipulatie.

Hoe? Vooreerst met de verbeeldingskracht, door te verwijzen naar de gouden tijd van de islam. Maar vooral met de woorden daaruit… waarbij je goed moet begrijpen dat ze vaak ontdaan zijn van hun oorspronkelijke betekenis die het woord had in de tijd van de profeet, om actuele stellingnames te kunnen innemen.

Welnu, om te weten waar iemand echt over spreekt, om te begrijpen wat er gebeurt, om verantwoordelijk te worden voor onze tijd nu, nodig ik je van harte uit op reis. Samen gaan we de woorden van de Koran terugvinden in hún geschiedenis, die mooie geschiedenis, die ook van jou is.

Oemma, jihad, halal, haram. Waar komen die woorden vandaan, wat wilden ze zeggen en vooral: wat laat men ze zeggen vandaag.

  • 20 februari 2020

De woorden uit de Koran door Prof. Jacqueline Chabbi, Historica van de islamitische wereld.